SKEEM: Skeem

SKEEM: Skeem

Uitgebracht: 2002
Label: Musea
Catalogusnummer:
FGBG 4420.AR
Speelduur: 64’25”
Tracklijst:
Good to one other (6’05”) / The last world (9’08”) / Trustworthy man (7’18”) / Chrysalides (9’29”) / Eye of the world (8’59”) / Statues (7’19”) / What a night (7’13”) / Live fast (8’54”)
 
Muzikanten:
Emma M : drums
Bertrand Hulin – Bertaud : bas
Berny Barbaro : toetsen
Fabrice Rives : toetsen
Serge Barbaro : alle gitaren, zang, toetsen en backings
Cathy Lully Croux : backings
Sabrina Bendjema : backings
 
Website:
http://skeem.free.fr
 
Contact:
skeem@free.fr

Sinds de jaren ‘80 wordt de progressieve muziek gedomineerd door het Verenigd Koninkrijk met groepen als daar zijn IQ, Pendragon en vele anderen die hun carrière vervolgen met het plezier dat ze hierin beleven. Vele nieuwe groepen proberen deze ‘alleenheerschappij’ te doorbreken. Een paar Nederlandse groepen en ook een heel stel Italianen zijn er al in geslaagd om dit monopolie te doorbreken maar Frankrijk wacht nog steeds op het juiste gezelschap. ARAKEEN was de enige uitzondering op de regel met een relatief succes begin jaren ’90. Vandaag neemt SKEEM de fakkel over en op welk een manier! Serge Barbaro zong zelf alles in en tekende eveneens voor alle gitaar – en toetsenpartijen terwijl voor de ritmische sectie beroep werd gedaan op de stuwende kracht van PRIAM. Hoeft hier nog iets aan toegevoegd te worden ? Tot hier het verslag van Musea zelf over deze nieuwe Franse band. Een verslag waar ik mij bovendien goed in terugvind. Serge Barbaro is een kruising tussen Sylvain Gouvernaire en Nick Barrett en qua stem leunt het aan bij Gary Chandler van Jadis. Het Engels is voortreffelijk maar, en dat zal helaas altijd het geval zijn bij Fransen, er is een accent, maar zeker geen storende factor. Het is zoals bij alle progressieve rockgroepen; je houdt van de zangstem of je houdt er helemaal niet van. 

            “Good to one another” is een mooie rustige opener in een traditionele progsfeer met een goedklinkende zanglijn en mooie arrangementen. Ongeveer in de helft van het nummer gaat het naar een opbouw van wisselende solo’s tussen  synthesizer en gitaar die constant proberen om elkaar de loef af te steken. Voor “The last world” wordt gebruik gemaakt van een Oosters klinkende intro waarna met een mysterieus en aanstekelijk ritme en een goed klinkende orgelondersteuning het nummer op gang komt. Een wat ‘poppy’ klinkend refreintje, een kort stukje synthesizersolo gevolgd door een leuk klinkende harmonieuze gitaarsolo die weliswaar niet spectaculair is maar volledig ten dienste van het nummer is. Een goede ondersteuning van bas en drums maken van dit nummer een volwaardig geheel met een vrij onverwacht einde. Tegenmaatse aanzet en up-tempo zijn de ingrediënten voor “Trustworthy man”, een nummer dat mij in het refrein net iets te veel aan ‘The scorpions’ doet denken. Ook hier kunnen we spreken van een ‘poppy’ sfeer en een ‘normale’ opbouw van strofe, refrein, strofe, refrein, bridge met zeer welklinkende duellerende solo’s tussen gitaar en synthesizer om daarna in stijl te eindigen met, inderdaad, het refrein, met daarbovenop nog even de eindsolo.

Sfeervolle klanken bij “Chrysalides” zorgen ervoor dat deze echte onvervalste ballade je tot innerlijke rust brengt. Een wondermooie instrumentale melodielijn waar terug naar de wisselwerking gegrepen wordt van synthesizer en gitaar en een goed bijpassende zanglijn maken van dit nummer zonder meer mijn favoriet waar ik goed zit voor 09’29” luisterplezier.

Ook in “Eye of the world” werd gekozen om het begin lekker ‘spacy’ te maken met daarna een overgang naar een vlot in het oor klinkend melodietje dat weer een heel beetje naar pop ruikt. Vervolgens worden er een hele portie instrumentale vaardigheden bloot gelegd met naar het einde toe wat goede modulaties en snijdende gitaarsolo’s dit alles ondersteunt door een stevige ritmesectie. Bij “Statues” denk ik onmiddellijk terug aan de hoogdagen van ‘Gong’ met dat repetitieve klokkenspel dat Pierre Moerlen zo graag gebruikte in samenspel met een ander instrument. Het afwisselen van vervormde en gewone zangstem geeft aan dit nummer een extra dimensie. De synthesizerklanken die gekozen werden om dit nummer naar z’n hoogtepunt te brengen zijn van het soort dat wij, progliefhebbers, graag horen.

            “What a night” is dan weer wat mager wanneer je dit nummer vergelijkt met het vorige, maar dit wordt meteen weer rechtgezet met “Live fast”. De titel spreekt al een beetje voor zich want hier gaat men er terug up-tempo tegenaan en de tempowisselingen zijn dan ook schering en inslag. Bij het invallen van de zanger komt alles terug wat tot rust maar het refrein klinkt dan toch weer up-tempo met ondersteuning van geweldige achtergrondzang. Vervolgens krijgen we terug een aaneenschakeling van synthesizer- en gitaarsolo’s helemaal doorweven van tempowisselingen. Een mooie en goede afsluiter, en ook een volledig goed debuut voor deze nieuwe Franse groep.

            Instrumentaal gezien staat deze groep zeer sterk en is iedereen fantastisch op elkaar ingespeeld maar ik denk dat het duidelijk de bedoeling was om de solo-instrumenten heel veel aan bod te laten wat hier dan ook gebeurd is. De doorsnee progliefhebber zal dit album zeer zeker koesteren en ik ben alleszins blij dat ik het in mijn collectie heb. Laat de opvolger alvast maar aanrukken.

Bespreking: William 'Will' Beckers
 
 

Website in order to promote progressive rock to a broader audience in Flanders but also in the entire world. No part from this website may be used in any other publication whether in print or on the world wide web without the editor's consent - all material is exclusive to Prog-Nose and copyright protected.

Last updated: 30 maart 2003 .
All rights reserved. Copyright © Prog-Nose 30/05/2001.