|
België in het algemeen en Vlaanderen in het bijzonder
stellen niet bijster veel voor als we het over progressieve rock hebben. Nu
staan onze Franstalige landgenoten op dat vlak beduidend verder, maar we
beginnen de kloof langzaam maar zeker te dichten. Na Bobo’s internationaal getinte ‘If only stones could
speak’ is er thans het volwaardige debuut van Mindgames, ‘International
Daylight’ genaamd. En zonder chauvinistisch te willen zijn, durf ik gerust
te stellen dat we hier op een uitstekend album getrakteerd worden.
De brede muzikale smaak van de diverse groepsleden is
duidelijk waarneembaar, maar nergens vertaalt zich dat in het schaamteloos
kopiëren van de grote voorbeelden (iets waar andere groepen zich nogal eens
aan durven te bezondigen). Als referenties worden Spock’s Beard,
Marillion, Yes en Zappa vermeld en dat geeft al aan waar je de groep kan
situeren.
In zijn totaliteit zou je de muziek van Mindgames als
complex, afwisselend, verrassend en sterk dynamisch kunnen catalogeren, maar
door de nadruk op het groepsaspect te leggen, krijg je een coherent geheel
als eindresultaat. Sterke melodieën, een veelvoud aan tempowisselingen en
de fraaie instrumentale inkleuring van de songs zijn schering en inslag op
‘International Daylight’.
Zeven nummers telt de eersteling van Mindgames, en qua
tijdsduur variëren ze van 2:34 tot 17:23. ‘Mental Argue’ heeft de eer
de spits te mogen afbijten en doet dat, verrassend genoeg, op heel ingetogen
wijze : akoestische gitaar en cello worden na de openingstonen vergezeld van
vibrafoon en bas…niet de meest evidente manier om de wereld kennis te
laten maken met Mindgames. Al bij al een vrij licht verteerbare song met
knappe melodielijnen en verrassende breaks maar niet de meest voor de hand
liggende keuze om het album mee te openen. Die eer had ik eerder aan
‘Factory of illusions’
gelaten, dat met vette synths en ‘The Knife’-achtige orgelklanken het
pad effent voor 11 minuten kwalitatief hoogstaande progrock. De incorporatie
van dwarsfluit en vibrafoon geven de song een duidelijke meerwaarde. Diverse
stukken van ‘Signs from the sky’ klinken eveneens erg goed, maar als
geheel komt het nummer té fragmentarisch over. Het kortste nummer van
‘International Daylight’ is zondermeer een juweeltje : ‘Beggars breakfast’ is 2:34 verstilde schoonheid…prachtige pianoklanken,
sfeervolle akoestische gitaar, melancholische cello en Bart Schram’s hoge,
zuivere stemgeluid vormen de hoofdingrediënten van dit verrukkelijke
gerecht.
Synthgeluiden, tromgeroffel, enkele gesproken woorden
en een jankende gitaar vormen de voorhoede van het meer dan 12 minuten
durende ‘An approach to mankind’, alweer een knap staaltje van
compositorisch vernuft van dit Brabants vijftal. Op ‘Dreaming the
circus’ wisselen knappe passages en minder geïnspireerde momenten elkaar
af, zodat je ook hier (net zoals bij ‘Signs…’) met gemengde gevoelens
achterblijft. Maar het zijn lefgozers, de mannen van Mindgames, want om hun
ambitie nog wat kracht bij te zetten, pakken ze aan het slot van hun cd met
het ruim 17 minuten durende ‘Selling the moon’ uit, een nummer dat
vooral heel wat ruimte biedt aan Rudy Vander Veken’s fraaie
gitaarsolo’s. Het openingsgedeelte van de song verwijst overigens
duidelijk naar ‘The Water’ van Spock’s Beard, maar mogelijk is dit
louter toeval. Indrukwekkend slot, trouwens, met fraaie duels tussen Vander
Veken (gitaar) en Truyers (op synthesizer).
De geluidskwaliteit is meer dan behoorlijk hoewel een
iets vettere, vollere sound best gemogen had. Met name de gitaren komen soms
nogal dunnetjes uit de verf. Het neemt alleszins niet weg dat ‘International Daylight’ een schot in de roos is, waarmee de groep niet via een
zijpoortje maar wel degelijk langs de hoofdingang de progarena betreedt. Een
krachtig statement van een uitstekende Belgische band : een ongekende luxe !
Wordt 2002 dan toch het jaar van de ommekeer ? Met Mindgames beschikt ons
landje alvast over een sterke troef.
…some have beggars breakfast on their plate… |