|
Datum van release:
18th march 2002
Label: Inside Out
Catalogusnummer:IOMCD096
Totale
speelduur: 45’07”
|
Tracklijst:
I
can’t help you / No remedy / Nature / Nature’s girl / Feeling /
Reliving / The jelly jam / I am the king / The king’s dance / Under
the tree
Muzikanten:
John
Myung : bass
Rod
Morgenstein : drums
Ty
Tabor : guitars, vocals
|
Het
moet ongetwijfeld een tegenvaller zijn vast te stellen dat een succesvol
project, waar je al een tijdje mee bezig bent, in het gedrang komt wanneer één
van de deelnemers het voor bekeken houdt. Normaal gezien ga je op zoek naar een
vervanger en in het domein van de progressieve rock kan dit leiden tot een
nieuwe invalshoek, misschien zelfs tot meer geëxperimenteer …met minder ! Dit
overkwam Platypus toen toetsenman Derek Sherinian er de brui aan gaf en de
voorkeur gaf aan zijn eigen project, dat we kennen onder de naam Planet X.
Bezige bij Ty Tabor liet zich evenwel niet van de wijs brengen en besloot zijn
project als trio verder te zetten, met groepen als Cream, Jimi Hendrix
Experience en ELP als lichtende voorbeelden.
Eén van de voordelen van een triumviraat is dat de muziek directer klinkt en
dichter aanleunt bij authentieke rock’n roll of in dit geval prog ’n roll,
zoals ik het zou willen omschrijven.
Opener
‘I can’t help you’ toont onmiddellijk aan wat ik bedoel : strakke
akkoordenschema’s en Beatles-achtige harmonieën illustreren duidelijk de
gewijzigde muzikale koers van dit trio. Net zoals Lenny Kravitz maakt ook The
Jelly Jam gretig gebruik van lekker ouderwetse ‘licks’, zoals in
‘Nature’s girl’, waar Hendrix en Zeppelin heerlijk lijken te jammen.
Eigenlijk doet de groep zijn uiterste best om erg ‘seventies’ te klinken en
heel het album straalt dit overduidelijk uit. Neem daar nog eens de erg
persoonlijke teksten van Tabor bij (meestal handelend over zijn gestrande
huwelijk) en je weet dat de volgende 45’ een erg intensieve luisterinspanning
van je vergen. De overvloedig aanwezige vocale harmonieën maskeren de
afwezigheid van toetsen en brengen een vol geluid voort, dikwijls op sleeptouw
genomen door het sublieme drumwerk van Rod Morgenstein. De samenwerking tussen
de 3 topmuzikanten kent een dusdanig vlot verloop, dat de opnames voor een 4e
album ondertussen al aangevat zijn. ‘Feeling’ balanceert mooi tussen stevig
gitaarwerk en kalmere passages. Met ‘Reliving’ gaat de volumeknop iets
omlaag en bevinden we ons meer op het terrein van King’s X. De perfecte mix
laat ons, in tegenstelling tot Dream Theater, volop genieten van John Myung’s
basspel. Noteer tevens enkele fraaie melodielijnen en vervormde gitaargeluiden
en je vraagt je meteen af waarom je dergelijke songs nooit op radio hoort. Stel
dat het hier om Nickelbag zou gaan, dan zou het gegarandeerd een nummer 1-hit
worden. De gitaarsolo refereert overigens duidelijk naar de hoogdagen van
Boston. Het valt me trouwens op hoe Ty Tabor er in slaagt te experimenteren met
verschillende gitaargeluiden. Een mooi voorbeeld hiervan vormt de titeltrack,
dat een prachtig staaltje van improvisatie etaleert : het begint als een lekker
potje jammen maar kent een furieus slot. Rod Morgenstein’s sublieme drumpartij
vormt de ruggegraat van ‘I am the king’, dat gevolgd wordt door ‘The
king’s dance’, het instrumentale vervolg op ‘I am the king’. Ty Tabor
benut alweer alle ruimte voor zijn gitaarexperimenten. Het vrij lange
(9’37”) ‘Under the tree’ sluit dit album af. Oosters getinte geluiden en
zang doen aan het ‘White album’ van The Beatles denken. Morgenstein legt
redelijk wat nadruk op het percussieve aspect van dit nummer en voegt er nog een
folky tintje aan toe, terwijl Tabor hevig tekeer gaat op z’n gitaar. Naar het
einde toe krijg je de indruk naar een acid-versie van Flatley’s ‘Lord of the
Dance’ te luisteren, terwijl allerlei studio-effecten ons drietal komen
vervoegen.
‘The
Jelly Jam’ is vergelijkbaar met Derek Sherinian’s ‘Inertia’ en is één
stap verwijderd van het pure, complexe, progressieve genre en neigt eerder naar
het waarachtige van eerlijke rock’n roll. Het feit dat er op dit album tevens
zangpartijen staan, maakt het eindresultaat iets toegankelijker en aangenamer om
luisteren. Ondanks de overduidelijke ‘seventies’ invloeden klinkt het niet
als een Grateful Dead album (met soms oneindig veel improvisaties), maar bevat
het 10 erg sterke songs die smeken om live uitgevoerd te kunnen worden. Nu de
groep tot een trio gereduceerd is, lijkt dit een meer dan realistische gedachte.
Hopen maar !
Bespreking: John 'Bobo' Bollenberg
Vertaling: Piet Michem
|