|
Het gebeurt niet zo vaak dat we hier in deze kolommen een
Belgische metal-act bespreken, maar we kunnen zeker niet om de laatste
van Dushan Petrossi heen. De groep Iron Mask is de opvolger van die
andere Belgische power metal-act, opgericht door Petrossi. Deze
gitaarvirtuoos wordt steevast vergeleken met Yngwie Malmsteen en zelf
steekt hij dat ook niet onder stoelen of banken. Alles op ‘Revenge of my
Name’ ademt Malmsteen uit, zelfs de looks van deze gitarist doen denken
aan de jongere Yngwie. Zitten we hier nu te wachten op de zoveelste
kloon, hoor ik jullie denken? Gelukkig heeft deze Iron Mask toch net
iets meer te bieden en sommige passages hebben trouwens een progressief
trekje. Ook de klassieke componisten worden op dit album niet vergeten,
zo is de openingstrack ‘Enemy
Brother Overture’ een bewerking van Händel’s ouverture. Petrossi haalt
ook een deel van zijn inspiratie bij Alexandre Dumas, in het bijzonder
uit het werk
"The Man In The Iron Mask".
Uiteraard kan je dit album echt goed smaken als je ook
fan bent van Malmsteen. De zanger Phil Letawe kan gerust naast Mark
Boals staan en het geheel staat natuurlijk in het kader van de
uitstekende gitaarsolo’s, de ritmesectie doet meer dan zijn job. Maar
opvallend is toch ook de interessante inbreng van toetsen op heel wat
nummers en vaak krijg je een duel tussen gitaar en keyboards.
Op het album kan je 4 instrumentale tracks vinden naast 8
pure neo-klassieke metalsongs. ‘Revenge is my Name’ en ‘March of Victory’
zijn typische neo-klassieke metal-nummers. Iets harder gaat het eraan
toe in The Witch Burner, een speed metal nummer.
De introductie van ‘Alien Pharao’ klinkt wat exotisch en
heeft een aantal interessante ritmeveranderingen met de obligate
gitaarsolo’s.
Het instrumentale ‘Morgana’s Castle’ begint
angstaanjagend om dan vlug over te gaan in power metal met klassieke
inslag. En ook de metal ballad kan op zo’n album niet ontbreken, terug
te vinden in het meeslepende ‘You are my blood’.
De langste track op het album ‘The wolf and the beast’ is
tegelijk ook het meest progressieve, hier moet ik even denken aan
Symphony X of zelfs Dream Theater. Een lange introductie vol ‘creepy’
geluiden brengt het nummer naar een wervelende opeenvolging van
ritmeveranderingen en gitaarsolo’s: sterk nummer!
Na een goeie instrumental krijgen we dan een vrij
commericieel hard rock-nummer met ‘Hold the Light’, om tenslotte te
eindigen met het mooie akoestische ‘Warchild Requiem’, opgedragen aan
alle lijdende kinderen in deze boze wereld, die ‘harde’ jongens hebben
een klein hartje
J.
Conclusie: steengoede gitaarsolo’s, stevig
ritmesectie, uitstekende productie, een zanger met veel power, m.a.w.
een must voor de liefhebber van het genre.
En bovendien : Made in
Belgium!
|