|
|
- Muzikanten:
-
Oliver
Philips : zang, gitaar, piano, toetsen
-
Ulli
Hoever : gitaren
-
Shymy
: bas
-
Christian
‘Moschus’ Moos : drums, percussie
|
-
Uitgebracht : 4 juni 2002
-
Label
: Mascot Records
-
Catalogus
nummer : M 7067 2
-
Totale
speelduur : 55’58”
|
-
Website:
-
www.everon.de
- Contact:
-
faninfo@everon.de
|
|
Rate: 8/10
|
Progressive
Rock
|
-
Tracklijst:
-
Bridge
theme (1’55”) / Across the land (4’07”) / Juliet (5’36”) /
Travelling shoes (1’50”) / Driven (4’49”) / If you were still
mine (5’31) / Ten years lane (4’15”) / Not this time (6’46”)
/ Puppet show (3’59”) / Carousel (5’11”) / Harbour (5’10”)
/ Bridge (6’28”)
|
|
Dubbel
bespreking: Danny - BoBo
|
“Bridge” is het eerste
van twee albums van Everon die dit jaar worden uitgegeven. Net zoals Ayreon
verdelen ze hun hardere en zachtere muziek over twee verschillende albums. Dat is echter de enige overeenkomst met Ayreon. Everon zijn vier
muzikanten die elkaar goed kennen en die een eenheid vormen die gegroeid is
gedurende hun carrière. Vooral Oliver’s stem is veel verbeterd van CD tot
CD. Zijn zang is goed geïntegreerd
in de muziek. Op vroegere CD’s had ik soms de indruk dat de zang
nadien was geschreven en niet altijd goed in het nummer paste.
“Bridge” is het hardste van de twee albums, maar het heeft ook zijn
zachtere momenten. Ze schakelen steeds opnieuw van hard naar zacht en terug. Dit
geeft veel afwisseling aan hun muziek.
Het
eerste nummer, “Bridge – The Theme” is een korte track om het Bridge
thema voor te stellen. Het wordt ook gebruikt in het laatste nummer. Hoewel
dit geen concept album is, hadden ze dit stukje toch een paar keer meer kunnen
gebruiken, als een soort terugkerend thema.
“Across The Land” is het eerste voorbeeld van de verbeterde zang van
Oliver. Het is een indrukwekkend nummer, dat je na een paar keer niet meer uit
je gedachten krijgt. Het is tamelijk complex en het blijft toch “catchy”.
“Juliet” is een speciale versie van het Shakespeare verhaal. Het begin
klinkt als “Somewhere down the Crazy River “ van Robbie Robertson en het
eindigt met de grunt stem van Gunther Theys van Ancient Rites. Het is een
nummer dat gedurende 5 minuten overgaat van een romantische stijl naar een
hard einde. Het is een vreemde, gewelddadige verandering van de originele plot
van het verhaal. Zonder twijfel is dit het beste nummer van de CD. (maar het
heeft wat meer tijd nodig dan de andere nummers)
“Travelling Shoes” is de “For Absent Friends” (Genesis) van deze CD,
een kort goedgezongen nummer met een klassieke gitaar. Het wordt gebruikt als
intro voor “Drive”, het volgende nummer. In “Driven” zijn de
overgangen tussen hard en zacht soms wat te plots en te hevig, maar de hardere
stukken bevatten prachtig materiaal. Vooral het stukje met de tekst “God
knows…” is een prachtig stuk muziek op een “Kashmir” (Led Zeppelin)
soort van ritme.
“If You Were Still Mine” is heel wat toegankelijker. Een “bijna”
ballad met veel piano en een uitstekende trage gitaarsolo.
“Ten Years Late” is een gewone harde rock song zonder iets speciaals. Van
tijd tot tijd doet de stem van Oliver mij denken aan Michael Sadler van Saga.
Dit is één van de songs waarin dit duidelijk naar voor komt.
In “Not This Time” kan je werkelijk de pijn, die de slachtoffers van
sommige misdaden voelen gedurende de rest van hun leven, meevoelen. (ik
veronderstel dat deze tekst over slachtoffers van verkrachtingen gaat). Een
kalm nummer met stukjes piano die plots openbarsten in hardere, dramatische
gitaarstukken. Oliver zingt van tijd tot tijd met een zeer lage stem. Opnieuw
een verandering van zijn stijl, die meehelpt aan de afwisseling van dit album.
”Puppet Show” is een zeer hard instrumentaal nummer.
“Carousel” is de premiere van een niet Oliver nummer op een Everon album,
een hard nummer met een catchy refrein.
”Harbour” is een kalm nummer dat zeker en vast hitpotentieel heeft, indien
het maar een beetje airplay kreeg. (maar
die story kennen jullie al).
Het laatste nummer, de titelsong “Bridge”, start met een prachtig
samenspel van piano en gitaar. Het bevat ook het thema van het eerste nummer.
Er
is ook nog een speciaal bericht voor Billy Joel in het boekje, maar ik verklap
niet wat erin staat. Koop het album en je weet wat erin staat en terwijl je
dat bericht leest kan je luisteren naar dit schitterend Everon album.
Everon is meer Progmetal (maar toch met een grote P en een medium M) geworden
dan tevoren. Maar laat je door deze verklaring niet afschrikken, er is
afwisseling genoeg op dit album. Als je echt alleen van zachtere progressieve
muziek houdt, zal je moeten wachten op hun volgende CD “Flesh”.
Bespreking:
Danny 'Camil' Focke
omhoog
In
analogie met Ayreon liep het Duitse viertal Everon reeds een tijd met plannen
rond om op hetzelfde tijdstip simultaan twee afzonderlijke CD’s op de mensheid
los te laten. Zelfs de titels werden ruim een jaar geleden reeds de wereld
ingestuurd zodat het een beetje vreemd aanvoelt om nu enkel en alleen
“Bridge” voor ons te hebben en niet de tweelingbroer “Flesh”. Na pakweg
tien jaar aan de zelfverzekerde eigen weg te hebben getimmerd heeft Everon zich
middels een eigen studio in de vorm van de Spacelab Studio en een eeuwigdurend
verbond met de van Grobschnitt gekende Eroc (echte naam Joachim Ehrig), de
mogelijkheid gegund om voor elk nieuw album voldoende tijd uit te trekken
teneinde zo een kwalitatief album aan de trouwe fanbase aan te bieden.
Opnieuw gestoken in de bijna obligate Gregory Bridges hoes kunnen we
gerust stellen dat dit een op en top puur Everon album geworden is doch dat het
weinig nieuws aan het inmiddels overbekende recept toevoegt. Het album opent met
fragiele belletjes die één van de hoofdthema’s van het album herhalen
terwijl zanger Oliver Philips zich op een zeer onzekere manier profileert. Doch
het is alsof dat ietwat onzekere afrekent met het verleden en de groep middels
‘Across the land’ het nieuwe Everon laat horen, een groep die meer het
accent gaat leggen op zwaardere gitaren en die bewijst dat het de vele
mogelijkheden van de eigen studio mooi onder de knie heeft. Middels diverse
ritme ‘breaks’ wordt hier de mogelijkheid geboden om de akoestische passages
rijkelijk door de harde gitaaruithalen te laten priemen terwijl Philips
ondersteunt door piano de toonladder afschuimt. Dat afwisselen tussen hard en
zacht, tussen elektrisch versterkt en akoestisch, kan gezien worden als het
handelsmerk van Everon waarbij hun muziek als het wassen van de zee overkomt.
Over het algemeen leidt dit tot knappe vondsten doch ik kan me best voorstellen
dat vele rockliefhebbers de groep hier als ‘noch mossel noch vis” gaan
bestempelen, een fenomeen waarmee Threshold had af te rekenen toen ze jaren
geleden op het Viarock festival stonden aan de zijde van ondermeer Whitesnake.
De heldere productie illustreert ook de vaak over het hoofd geziene
technische klasse van drummer Christian ‘Moschus’ Moos die samen met
basbeest Schymy toch wel voor een enorm sterke basis zorgt. Wanneer alle ritmiek
wegvalt en we enkel en alleen stem en piano krijgen durven we zelfs het algemene
gevoel vergelijken met wat Joe Jackson op zijn “Night and day” presteerde.
Dat gevoel wordt nog versterkt wanneer ook heel even cello’s uit de kast
worden gehaald. ‘Juliet’ gaat gebukt onder een enorm sterke percussieve
inbreng dat zelfs een weinig aanleunt bij het etnische. De bombastische vocale
uithalen worden in de kiem gesmoord wanneer het arrangement plotseling stopt om
plaats te maken voor een solitaire piano en stem welke een soort slotbeschouwing
aansnijden. De romantische akoestische gitaar tijdens ‘Travelling shoes’ kan
zo uit de Middeleeuwen geplukt zijn en vloeit perfect samen met de wondermooie
strings teneinde één van de mooiste nummers op deze plaat neer te zetten.
Wellicht
bedient Everon bezieler Oliver Philips zichzelf hoofdzakelijk van piano wanneer
hij nieuwe nummers componeert en zit die aanpak zo in z’n geheugen gegrift dat
hij moeite heeft om andere instrumenten te kiezen wanneer men uiteindelijk voor
de definitieve opname gaat. Vandaar ook dat je zo vaak stem en piano tegenkomt
zoals ondermeer tijdens de intro voor ‘If you were still mine’
ofte het schoolvoorbeeld van een typisch Everon nummer waar ingetogen
passages alterneren met bombastische uithalen. Invloeden van Rhapsody zijn
waarneembaar in ‘Ten years late’ dat ergens een Slavische sfeer in zich
sluit terwijl die klassieke invloeden, vaak flirtend met een Middeleeuws gevoel,
hun opwachting maken in ‘Not this time’ waarbij ik af en toe aan Jan
Akkerman’s “Tabernakel” moet denken. Met de strings die om de haverklap
doorheen het behang van loodzware gitaren komen priemen doet ‘Pupet show’
een beetje aan het werk van Within Temptation of The Gathering denken doch ook
namen als Dream Theater en/of Liquid Tension Experiment drijven naar boven
waarbij Joe Satriani doorheen het landschap fietst. Naarmate het album naar haar
einde toe loopt komt de bloedarmoede bij Everon de kop boven steken. Uitsmijter
‘Bridge’ lijkt zelfs als een patchwork van ideeën, goede ideeën vaak doch
waarvan men niet goed wist hoe het verder te onderbouwen teneinde er een
volledig nieuw nummer van te maken. Het zou natuurlijk ook kunnen dat dit
laatste nummer een voorbode vormt voor het tweede album “Flesh” en dus als
het ware wordt opgediend als een voorgerecht terwijl we straks voor de
hoofdschotel mogen aanschuiven. In afwachting kunnen we dus gerust stellen dat
“Bridge” geen slecht album is doch gewoonweg ‘een’ Everon album zonder
echte uitschieters en zeker niet het album welke de groep in een oogwenk in een
andere divisie van de muziekindustrie had kunnen
catapulteren.
Bespreking: John 'Bobo' Bollenberg
omhoog
|