|
Ik hou enorm van Italiaanse prog omdat ze op een quasi unieke manier
een gigantisch palet sferen en melodielijnen aan haar muziek
toevertrouwt. Over de jaren heen is het Italiaanse aanbod pakweg
onoverzichtelijk geworden en ook vandaag stapelen de releases zich
op. Het mooist is de muziek als het een kruisbestuiving betreft
tussen melodie en complexiteit. Nog interessanter wordt het als er
een viool wordt aan toegevoegd en helemaal uit je dak ga je als er
een prog versie van Pavarotti wordt ingelijfd die daarenboven in het
Latijn zingt. Jammer genoeg is deze illustere diamant niet door
iedereen gekend en durft ze vaker gesmaakt worden door jazz
liefhebbers dan de fine fleur van de prog. Vandaar ook dat het
Amerikaanse avantgarde label Cuneiform dik tevreden mag zijn met de
zojuist uitgebrachte nieuwe, vijfde CD van Deus Ex Machina. Op
Cinque doet de groep als het ware de jaren zeventig herleven doch
gaat er gewaagder, avontuurlijker tegenaan. Het spanningsveld wordt
gecreλerd door akoestische en elektrische gitaar broederlijk naast
elkaar te laten fungeren terwijl de wondermooie klanken van de viool
zowel herinneringen oproepen aan de typisch Italiaanse school alsook
aan Kansas en Jean-Luc Ponty. Voeg daarbij nog de unieke stem van
Roberto Piras toe als de geheime kruiden van Mama Miracoli en je
krijgt een hemels gerecht voorgeschoteld. Ander belangrijk onderdeel
van Deus Ex Machina is de authentieke klank van de Hammond. In
Rhinoceros wordt die Hammond op een percussieve manier bespeeld
waardoor het eindresultaat klinkt als een alternatieve, progressieve
Santana ! De gitaar van Magrino Collina kan zowel loepzuiver,
intiem, snoeihard als bluesy klinken zoals we in Uomo Del Futuro
Passato kunnen horen. Datzelfde nummer evolueert naar de jazzy
contouren van de Canterbury Scene al was het maar om het unieke
geluid van de elektrische Fender Rhodes piano boven te halen.
Akoestisch zit de gitaar van Collina tussen dat van Juan Bibiloni en
dat van Chris Whitley in. Het zijn die vele klankkleuren die in
combinatie met de eigenzinnigheid van de andere muzikanten het
predikaat Deus Ex Machina verdienen. Je zou dan ook hun output
kunnen vergelijken met klassieke muziek. Je hebt klassieke muziek
waarvan je een CD krijgt bij aankoop van een kilogram Douwe Egberts
koffie en je hebt klassieke muziek op het prestigieuze Deutsche
Grammophon label. De muziek van Deus Ex Machina is van dat laatste
kaliber. De muziek is niet geschikt om ondertussen het water van de
aardappelen te gieten doch om, liefst met koptelefoon op, van te
genieten in een luie zetel. Genieten van het gedurfde, het
getalenteerde, het complexe. Geniet, en voor ιιn keer NIET met mate
! |