|
-
Muzikanten:
- Tableau N° 1 :
- Jean-Pierre Alarcen : gitaar, toetsen
- Gérard Cohen : bas
- Jean-Lou Besson :
drums, percussie
- Philippe Leroux :
drums, percussie
-
Daniel Goyone :
toetsen
-
Same :
- Jean-Pierre Alarcen : gitaar, toetsen
- Gérard Cohen : bas
- Jean-Lou Besson :
drums, percussie
- Francis
Lockwood : toetsen
- Jean-Paul Asseline : toetsen
- Serge Millerat : percussie
- Claude Arini : toetsen, orkestleider
- Michel Zacha : zang
-
Alain Rivet : zang
|
- Datum van (re)release : 2002
- Label : Musea
-
Catalogusnummer : FGBG 4407.AR
|
-
Website:
-
- Contact:
|
-
Tracklijst:
- Tableau N° 1 :
Premier mouvement (15:42)/Deuxième mouvement (5:29)/Troisième
mouvement (20:34)
-
Same : Sambaba (6:56)/Salut Besson (3:58)/Mon amour, mon amour… !?(3:42)/Nationale
20 (7:14)/Soir (5:13)/Vieux garçon (4:28)
|
JPA is één van de meest gerenommeerde gitaristen uit
Frankrijk, vooral bekend van sessiewerk voor Jacques Dutronc en zijn
kortstondig verblijf bij de legendarische progrockband Sandrose. Eind jaren
zeventig koos hij voor een solo carrière en beide opnames dateren uit die
periode.
‘Same’ (1978) bevat heerlijke brokken progressieve
jazz-rock en dragen een onmiskenbare ‘Santana’ stempel. Twee composities
verraden echter een voorliefde voor klassieke muziek : ‘Mon amour, mon
amour…!?’ en ‘Vieux garçon’ : prachtige sfeerstukjes, onder de
artistieke leiding van Claude Arini.
Het was toen al duidelijk dat Alarcen op een ‘Magnum
Opus’ aan het broeden was…en dat kwam er het volgende jaar : ‘Tableau
N° 1’ (1979).
Het uitgangspunt voor dit album is niet echt
vanzelfsprekend : het betreft nl. een klassieke compositie, bestaande uit 3
delen, die niet met klassieke instrumenten wordt uitgevoerd. Als referentie
worden componisten als Debussy, Fauré en Mahler vermeld, maar voeg daar
voor mijn part ook Sjostakovitsj aan toe. De muziek wordt vooral gekenmerkt
door lange, breed uitgesponnen klanktapijten (Mahler); is vaak sereen van
toon (Fauré) maar kan even goed ongemeen en onverwacht heftig uithalen,
alsof het einde der tijden nabij is (Sjostakovitsj). Door toevoeging van
extra percussie (pauken, gong) wordt dit aspect van Alarcen’s compositie
nog meer expliciet onderlijnd. Dit komt al in het bijzonder dramatische
openingsgedeelte duidelijk tot uiting (deze passage keert trouwens op het
einde van deze ‘symfonie’ in volle glorie weer). Latijnse
slaginstrumenten zorgen in het eerste deel dan weer voor extra schwung en
dat is wel nodig om dit meesterwerk wat in balans te houden. Alarcen’s
gitaarstijl vertoont opvallend veel overeenkomsten met McLaughlin en Di
Meola en dat zal jazz-rock liefhebbers ongetwijfeld doen watertanden. Ook
voor toetsenman Daniel Goyone is een hoofdrol weggelegd. Het is met name
door zijn bijdragen (ook op Solina !) dat deze muziek haar klassieke
eigenschappen ten volle laat gelden.
Slotsom : een uitermate geslaagd huwelijk tussen
klassieke muziek en fusion, door Alarcen geschreven én herbewerkt (hij was
niet echt tevreden met de originele opname). Misschien tot slot nog enkele
tips :
-
gebruik bij voorkeur een koptelefoon
-
zorg dat je in de juiste stemming bent
-
zorg dat je pacemaker perfect functioneert
-
stop de tijd en schenk jezelf een glaasje rode wijn in
En dan … genieten maar van dit monumentale meesterwerk.
Bespreking: Piet "Neal" Michem
|