|
We krijgen
zelden promo’s uit Hongarije. Deze groep ontstond reeds op het einde
van 1995 en werd gesticht door gitarist András Perneczky en drummer
Attila Máthé. Kort daarna werd de ploeg uitgebreid met basgitarist
László Liwa met wie ze al eerder samengespeeld hadden bij een lokale
groep.
In de zomer van 1997 kwam daar ook nog zanger Péter Budai bij.
Volgens hun
biografie, die ze mij toestuurden, hebben ze problemen in hun land.
“Door de afkeer van rockmuziek van de Hongaarse uitgevers, waren we
verplicht om zelf voor de uitgave en de promotie in te staan. De
afkeer wordt zelfs nog groter als je muziek te innoverend is. En dat
is bij ons het geval.”
Het is
moeilijk om een label op deze groep te kleven. Ze gebruiken
elementen en instrumenten uit de folkmuziek maar niet genoeg om ze
bij de folkrock te catalogeren. Een andere element dat in dezelfde
richting wijst is het gebruik van hun moedertaal voor sommige
teksten. De promo bevat geen boekje met teksten, maar je kunt ze
terugvinden op hun site en zelfs daar staan enkel de Engelse lyrics.
Ik veronderstel dat elk Hongaars stuk tekst dezelfde betekenis heeft
als het engels overeenkomend refrein of koeplet. Het Engels van de
zanger is redelijk goed maar de teksten zelf zijn niet altijd
perfect.
Als je een
vergelijkingspunt wilt om hun muziek te beschrijven dan zou ‘Tool
met Eddie Vedder als zanger’ de beste benadering zijn. Hoewel de
zanger niet die diepe ondertoon van Eddie Vedder heeft, is er toch
een grote overeenkomst, vooral in het kalme nummer “Ultrasound”.
Er is niet
genoeg variatie om het ganse album geboeid te blijven en ook een
paar goede gitaarsolo’s hadden dit album heel wat aantrekkelijker
gemaakt. Hoewel je de groep progressief kunt noemen, vind ik dat die
omschrijving zeker de muziek niet dekt. Maar wat doet het er toe,
als de muziek goed is? De productie is OK en de groep straalt een
hoop energie uit.
Enkele
hoogtepunten? Het ganse nummer “Domestic Orders Only” en vooral de
fluitsolo in dat nummer. De zang in “Deep” met de hoge ‘Werewolves
of London-Warren Zevon’ tremolo.
De sterke gitaar riff in “Brainmash”.
De duistere,
emotionele ballad ‘Ultrasound’ met prachtige samenzang en
ondersteuning van een viool.
Het prachtige refrein van “Azur”.
Dit is één van
die albums, dat ik eerst opzij legde, daarna was ik van plan om het
maar een middelmatige bespreking te geven, maar terwijl ik ernaar
luisterde, begon ik de muziek beter en beter te vinden. Ze hebben
een eigen geluid gecreëerd en we kunnen nog beter werk verwachten in
de toekomst. Je kunt een paar nummers afhalen op hun site en je kunt
kontakt opnemen met hen via
info@aebsence.com. |