|
Uitgebracht : 11 september 2001
Label : Eagle records / Play It Again Sam
Catalogusnummer : EAGCD 189
Speelduur : 60’33"
|
Tracklijst:
Magnification (7’15") / Spirit of survival (6’01") / Don’t
go (4’26") / Give love each day (7’43") / Can you magine
(2’58") / We agree (6’30") / Soft as a dove (2’17")
/ Dreamtime (10’45") / In the presence of (10’24") /
Time is time (2’08")
Muzikanten:
Jon Anderson: stemtovenaar, midi gitaar, akoestische gitaar
Chris Squire: bas, stem
Steve Howe: akoestische en elektrische gitaar, steel, mandoline, stem
Alan White : drums, percussie, stem, piano
Orkest onder leiding van Larry Groupé
Website:
www.yesworld.com
|
11 september 2001. Deze datum had de officiële releasedatum moeten zijn van
het 32e Yes album "Magnification". Jammergenoeg werd deze
datum verbonden aan wat ontegensprekelijk als één van de zwartste bladzijden
uit de Amerikaanse geschiedenis geboekstaafd zal worden. Gelukkig kan de magie
van de muziek ons deze harde realiteit doen ontvluchten en voert het ons naar
een denkbeeldige wereld waar liefde en vrede overheersen, een wereld waar enkel
de engelenstem van Jon Anderson ons naartoe kan brengen, waar enkel het talent
van Roger Dean een beeld van kan geven.
Meer dan dertig jaar daarvoor, op 21 maart 1970 om precies te zijn, leverde
Yes één van haar absolute hoogtepunten af door hun symfonische rock te
combineren met een heus klassiek orkest. Daardoor blijft het concert in de Queen
Elizabeth Hall een uniek verhaal terwijl het de groep ertoe heeft aangezet om
opnieuw haar onmetelijke talent te fuseren met een echt klassiek orkest. Dit
keer echter werd de dirigent van dienst daadwerkelijk betrokken bij het
schrijven, arrangeren en produceren van de muziek. Niemand minder dan
componist/dirigent Larry Groupé, die in het verleden reeds een Emmy won, mag
hier de dirigeerstok hanteren teneinde de Yes muziek doorheen watervallen van
violen en cello’s te sturen. Doch kan Yes goed functioneren zonder toetsenist
? Is Groupé erin geslaagd om die zo belangrijke toetsenist te vervangen door
uitgesponnen arrangementen ? Is het feit dat Alan White plotseling zijn drumkit
verlaat om ook even piano te spelen dé oplossing teneinde de moeilijke vacante
plaats van toetsenist in te nemen ? Hou ons gezelschap tijdens onze
ontdekkingstocht doorheen de wondere wereled van één van de toonaangevende
groepen uit de prog geschiedenis !
Laten we eerst en vooral eens teruggaan naar 9 november 1966 in de Londense
Indica Gallerij. Het is daar dat John Lennon voor het eerst in contact komt met
Yoko Ono. Tijdens haar ‘one woman show or unfinished paintings and objects’
tentoonstelling is één van de installaties een witte ladder met een aan het
plafond bengelend vergrootglas. De bezoeker is verplicht om helemaal tot
bovenaan de ladder te klimmen, het vergrootglas te nemen om zo de kleine
lettertjes op het plafond te kunnen lezen. Wanneer je dat doet lees je het woord
YES ! Dit simpele doch directe statement is precies waar
"Magnification" voor staat, teruggrijpen naar de akoestische eenvoud
doch omarmd door de kracht van het symfonische orkest. Jon ziet
"Magnification" als het uitvergroten van al het goede in de mens in
tegenstelling tot het buiten proportie opblazen door de media van alles wat
slecht zou zijn.
Je kan van een regelrecht mirakel spreken als je naar de stem van Jon
Anderson luistert die nog steeds loepzuiver de hoogste regionen uit z’n strot
weet te toveren alsof het om zijn allereerste opname zou gaan. Terwijl het
nieuwe materiaal op "Keys to ascension" ons het beste deed verhopen
voor de toekomst bewees de samenwerking met de inmiddels overleden producer
Brice Fairbairn op "The ladder" precies datgene wat ondermeer Rick
Wakeman verklaarde, namelijk dat Yes nog heel wat mooie composities in petto
heeft. Terwijl nummers als ‘Close to the edge’ en ‘Ritual’ opnieuw in
het live repertoire werden opgenomen werd het duidelijk dat Yes, na het vertrek
van Trevor Rabin, opnieuw interessante, complexe oorden wist op te zoeken. Na
een eerste beluistering van "Magnification" weet je meteen dat het
hier om één van de betere Yes platen gaat doch persoonlijk had ik liever het
orkest prominenter in de mix gezien. Het titelnummer bevat alle favoriete
ingrediënten zoals ondermeer Jon’s unieke stem welke perfect samensmelt met
het wonderlijke gitaarspel van Steve en de moordende bas van Chris. Enkel en
alleen Alan White levert een té strakke en té commerciële beat af. Steve gaat
helemaal uit z’n dak tijdens ‘Spirit of survival’ waar het orkest extra
kracht toevoegt aan het geheel. Eén van de brandpunten tijdens ‘Don’t go’
is zeker de harmonie tussen de stemmen resulterend in het soort muziek welke de
groep tijdens haar hoogdagen in de jaren zeventig normaal was af te leveren.
Zowat halfweg het nummer verandert Jon van koers en dankzij enkele technische
hoogstandjes komt de naam van Trevor Horn plotseling voorbij wandelen (Horn
wordt trouwens in de credits bedankt door Yes). We moeten wachten tot ‘Give
love each day’ vooraleer we het orkest voor de allereerste keer in een
solospot horen. Vooral dankzij de trompet komt het over als een kruising tussen
filmmuziek en de muziek van After Crying. Eens Anderson zijn stem laat horen
verandert het nummer in één van de betere songs die Yes ooit heeft opgenomen.
In feite is de ziel van het nummer regelrecht in verband te brengen met de sfeer
tijdens "Time and a word". De blazers van het orkest zorgen voor het
uitroepteken bij een ongelooflijk sterk nummer !
Gedurende de ganse plaat krijg je het gevoel dat de vier overgebleven Yes
leden met plezier de nieuwe wending over zich laten gaan waardoor ze eveneens
hun stemmen lenen teneinde het album nog meer divers te doen klinken. ‘Can you
imagine’ wordt op die manier wel heel even het nummer van Chris Squire zonder
dat hij daarvoor een doordruk van het Squire Sherwood materiaal aflevert. Steve’s
akoestische gitaar tijdens ‘We agree’ bezit nog steeds dat magische welke
als een rode draad doorheen ondermeer "Fragile" liep, het unieke
geluid welke de ideale achtergrond vormt voor Jon’s fragiele stemgeluid. De
violen onderlijnen de machtige chorus terwijl de akoestische elementen heen en
weer in de mix voorkomen alsof het een muzikale eb en vloed betreft. Bij sommige
van de nieuwe composities zou je je kunnen afvragen of het nu om
groepscomposities dan wel om solo uitspattingen van Jon Anderson gaat ? ‘Soft
as a dove’ is daar het beste voorbeeld van, een vreugdevol nummer met harp,
fluit en Keltische invloeden die perfect zou gepast hebben op "Song of
seven". Gebaseerd op tribaal drumwerk is ‘Dreamtime’ wellicht het beste
voorbeeld van hoe hedendaagse muziek perfect kan geïntegreerd worden in de
klassieke formule. Hier vind je ondermeer een schitterend stukje mellotron die
hier op een totaal andere manier benaderd wordt dan wat we van dit soort ‘prog’
instrument zouden verwachten. De bas van Chris smelt perfect samen met de
blazers van het orkest terwijl Alan de broodnodige ritmische energie injecteert.
Op het einde volgt er voor het orkest een solo passage die me aan Deep Purple en
diens "Concerto for group and orchestra" doet denken. We zijn echter
nog steeds aan het wachten op een sterke melodie en die krijgen we ook tijdens
‘In the presence’. ‘If we were flowers, we would worship the sun’, zingt
Jon terwijl hij zijn romantische ziel laat samensmelten met een wervelende
chorus welke op het einde wordt herhaald door het orkest doorspekt door
gitaarinterventies van Steve. Het album eindigt met ‘Time is time’, een
nummer welke evengoed door John Lennon zou kunnen gezongen zijn en vermits Alan
White ooit nog deel uitmaakte van de wereldbekende Plastic Ono Band, sluit het
perfect de cirkel die door "Magnification" werd uitgestippeld.

Met het nieuwe album heeft Yes zichzelf opnieuw op de voorgrond geplaatst als
één van de belangrijkste rockgroepen ooit. Niettemin evenaart
"Magnification" niet het niveau van ondermeer een "Close to the
edge" doch ik denk niet dat het ooit de bedoeling zal zijn om een
"Close to the edge – the sequel" op de wereld af te vuren.
Persoonlijk vind ik dat het nieuwe album enkele zéér sterke songs huisvest
doch ook enkele zwakkere doch in het algemeen gesproken had ik het orkest liever
een ietsje duidelijker in de mix aanwezig gezien. Ik ben echter meer dan
tevreden te horen hoe Jon, Steve, Chris en Alan zo goed samenwerken want het is
dat ‘samenhorigheidsgevoel’ welke belangrijk is in de muziek van Yes, welke
de leidraad was tot het onmetelijke succes. Je kan enkel de échte Yes sound
voortbrengen als je op hetzelfde moment met gans de groep in één enkele ruimte
vertoeft en je met een volledige blanco pagina begint dit in tegenstelling tot
de ‘knip-en-plakwerk’ techniek die ze jaren hebben gehanteerd. Yes is echter
steeds een groep geweest waarbij veel toetsen in de muziek werden opgenomen en
op geen enkel ogenblik kan het orkest het gemis van de keyboards compenseren.
Trouwens, welk orkest is in staat het unieke geluid van een Moog synthesizer na
te bootsen of het heilige geluid van de Mellotron, een instrument dat vreemd
genoeg als de allereerste sampler kan beschouwd worden gebaseerd op klassieke
instrumenten ! Het nieuwe album zal echter groeien na elke beluistering teneinde
de naam Yes opnieuw uit te vergroten tot YES ! En nu maar wachten wat ze er op
24 november in het Sportpaleis te Antwerpen van bakken waar ze ook het ‘oudere’
materiaal middels het klassieke orkest nieuw leven zullen inblazen.
Bespreking: John 'Bo Bo' Bollenberg
|