|
Release : 2001
Label
: Sanctuary
Catalogus
nummer : CMEDD163
Speelduur
: Disc one : 73’10” Disc
two : 63’51”
|
Tracklijst:
CD
1 : ELP : Concerto for percussion / The enemy god dances with the
black spirits / The Pancha suite / Bullfrog / Toccata / Close but not
touching / LA Nights / Canario / Tank / Two part invention in D minor
/ Fanfare for the common man / March militaire
CD
2 : THE CRAIG : I must be mad / Suspense / THE CHANTS : Love light /
ATOMIC ROOSTER : Decline and fall / CARL PALMER’S PM : You’ve got
me rockin’ / Dynamite / MIKE OLDFIELD : Mount teidi / Ready mix /
ASIA : Heat of the moment / Wildest dreams / Time again / 3 : Desde la
vida / Eight miles high / QANGO : Hoedown / CARL PALMER and the BUDDY
RICH ORCHESTRA : Shawnee (live)
Muzikanten:
Carl
Palmer : drums, percussie
Gasten
: té veel om op te noemen
Website:
www.carlpalmer.com
|
Mocht
je gevraagd worden om in enkele woorden de carrière van drummer Carl Palmer te
omschrijven dan zou je wellicht een aardige pocket kunnen volschrijven teneinde
een algemeen beeld te kunnen ophangen. Niets gaat echter boven een muzikale
impressie en dat is precies wat de dubbele schijf “Do you wanna play, Carl”
bevat : een imposante reis doorheen de vele hoogtepunten uit de Palmer loopbaan.
Het stoort me echter dat de set niet chronologisch is opgebouwd want op de
eerste plaat vinden we uitsluitend ELP materiaal terwijl de tweede plaat een
overzicht geeft van de diverse groepen waarmee Carl ooit aan de slag (letterlijk
!) is geweest. Ik had het liever net andersom gezien dus logischerwijze beginnen
met het gedateerd klinkende geluid van Carl’s allereerste opnames “I must be
mad” en “Suspense” onder de naam The Craig, een typisch groepje uit midden
jaren zestig die nogal schatplichtig was aan de ‘freakbeat’ van the Who. Dat
materiaal vinden we dus op de tweede CD en ook al is het geen hoogdravend
materiaal toch is het een redelijk indrukwekkend statement als je rekening houdt
met het feit dat Palmer toen amper vijftien was ! De producer van die eerste
plaat van The Craig zorgde er tevens voor dat Palmer zijn eerste sessie mocht
opnemen waarvoor hij betaald werd. Dat was voor The Chants uit Liverpool de
allereerste Britse zwarte groep wiens leider later als deel van The Real Thing
nog furore zou maken. Palmer werd meer en meer gevraagd als sessiemuzikant doch
z’n vader vond dat hij moest proberen een eigen stempel op de muziek te
drukken in plaats van de muziek van iemand anders te spelen. En of ie gelijk had
! Carl sloot aan bij Chris Farlowe & The Thunderbirds om daarna bij The
Crazy World of Arthur Brown zijn ding te doen. Het was hier dat hij toetsenist
Vincent Crane tegen het lijf liep en samen Atomic Rooster oprichtte. Op deze
verzamelaar staat het nummer “Decline and fall” uit het Atomic Rooster
debuut album waarvan de drums in het begin me aardig aan Deep Purple’s
“Speed king” doen denken. Eigen aan de tijd bevat het nummer ook een heuse
drumsolo een muzikale zelfmoord mocht je het vandaag aandurven om zoiets op je
debuutplaat te plaatsen of het zou moeten dat oude waarden straks hun herintrede
maken.
Ondertussen lezen we 1970 en is Carl Palmer zijn initiaal gaan lenen voor
ELP. Dat materiaal is, zoals reeds aangegeven, te vinden op CD1 uit deze set
waarop we later terugkomen. De geschiedenis wordt acht jaar verder geschreven
wanneer Palmer een gooi doet naar commerciële muziek met z’n eigen Carl
Palmer’s PM, het soort van ‘holle’ Amerikaanse FM muziek waarvan er
dertien in een dozijn gaan en in wezen misschien wel een voorbode zou zijn voor
het latere Asia. Vooral het tweede PM nummer op deze set, “Dynamite” is het
soort song dat evengoed op een ouder Billy Joel album zou kunnen staan. De set
krijgt een verrassende wending wanneer twee Mike Oldfield nummers worden
toegevoegd. Tijdens de sessies van het “Five miles out” album worden
“Mount Teidi” en “Ready mix” voor het nageslacht bewaard. Vooral het
eerst bevat nogal wat percussieve inmengingen van Carl teneinde de nodige
ritmiek te injecteren om zo het repetitieve karakter enigszins te doen vergeten.
Geen enkel Palmer overzicht zou compleet zijn zonder een aantal Asia nummers,
vreemd genoeg een progressieve supergroep die in de schaduw van de punk nog op
een respectabele verkoop kon rekenen. Carl probeerde samen met Keith Emerson en
Robert Berry een jongere versie van ELP neer te zetten middels de groep “3”
waarvan hier het schitterende “Desde la vida” alsook de ietwat overbodige
Byrds cover “Eight miles high” als bewijs geleverd worden. De vriendschap
die Carl indertijd opstartte met John Wetton bloeit nog even verder in het
project Qango waarvan samen met toetsenist John Young een live versie van
“Hoedown” valt te bespeuren. Het album eindigt met een live opname opgenomen
bij Ronnie Scott in Londen in 1986 toen drummer Buddy Rich er enkele concerten
gaf. Rich is steeds de grote mentor geweest voor Palmer en de onsterfelijke zin
‘Do you wanna play, Carl’ komt dan ook uit de mond van de grootmeester zelf
wiens bigband track “Shawnee” voor de meeste rockliefhebbers dan ook niet
relevant zal zijn doch oh zo belangrijk voor Carl zelf.
Zoals
ik reeds zei is de opbouw van dit dubbelalbum onlogisch want nu we een
definitief punt hebben gezet moeten we alweer dertig jaar terug in de tijd
richting het belangrijkste onderdeel uit de carrière namelijk ELP waarmee het
ganse eerste album is gevuld inclusief enkele tot dusver onuitgegeven stukken !
De media wil ons doen geloven als zou ELP uit elkaar zijn gegaan omdat ze groter
werden dan zichzelf. Als je naar “Concerto for percussion” luistert krijg je
meteen het bewijs van dat statement. Percussie wordt steeds als een aanvulling
aanzien en hier wordt een gans symfonisch orkest ter beschikking gesteld voor
dat aanvullende deel welke uitzonderlijk alle aandacht opeist. Gecomponeerd door
Joseph Horovitz is er tijdens het concerto volop aandacht voor timpani,
xylofoon, klokkenspel, gongs en de door Oldfield onsterfelijk gemaakte
‘tubular bells’, met andere woorden : een natte droom voor iedere
drummer/percussionist ! De dramatiek druipt af van het door Prokoviev geschreven
“The enemy god dances with the black spirits” waarbij meteen het serieuze
uit de Palmer aanpak wordt geïllustreerd. Drummen is namelijk een vergevorderde
vorm van toegepaste wiskunde waarbij het tellen in de meest ontoegankelijke
meetvormen wel de maatstaf vormt. Eén van die maten is de 7/4 vorm waarmee
Palmer op “The Pancha suite” uitpakt. Het is duidelijk dat het niet alleen
de techniek is welke Carl onder de knie heeft doch ook de neus voor compositie
welke in een compositie als “Bullfrog” zijn interesse voor jazz
introduceert. Toen ELP met “Toccata” uitpakte, een adaptatie van een piano
concerto van Ginastera kon niemand vermoeden dat het de eerste keer was dat
Palmer van een elektronische drum gebruik maakte. Nog andere klassieke
componisten zouden hun muziek door ELP onder handen genomen zien zoals Bach
tijdens “Two part intervention in D minor”, Rodrigo met “Canario”,
Schubert met “March militaire” en het vreemd genoeg grijsgedraaide
“Fanfare for the common man” door Copeland. Eveneens sterk in de jazz
traditie badend en van historische waarde omdat het één van de eerste zaken
was welke Carl samen met Keith Emerson componeerde is “Tank” een nogal
heftig stuk waarin blazers constant van jetje geven. Emerson, Lake & Palmer
werd indertijd opgericht omdat ieder van de drie hoofdrolspelers hun rol in
respectievelijk The Nice, King Crimson en Atomic Rooster té gelimiteerd vond.
De samensmelting van hun geniale vondsten resulteerde in één van ’s werelds
meest succesvolle groepen en met het beeld van het roterende drumstel waarboven
een heuse klok bengelde in het achterhoofd markeren we deze release dan ook als
hét perfecte beeld van één van de grootste drumtalenten ooit : Carl Palmer !
Bespreking: John 'Bo Bo' Bollenberg
|