|
Release : 2001
Label : Inside Out
Catalogusnummer : IOMCD 079
Totale speelduur : 63’40"
|
Tracklijst:
The big bang (3’08")
/ The cross & the crucible (9’17") / For the greater glory (7’37")
/ Who’s to blame (4’45") / The blinding darkness (6’41")
/ Towers of Babble (8’11") / Generations (5’21") / Midas
touch (11’16") / Celebration (7’24")
Muzikanten:
Alan Reed : zang
Niall Mathewson : gitaren
Ronnie Brown : toetsen
Graeme Murray : bas
Colin Prazer : drums
Website:
http://www.dprp.vuurwerk.nl/bands/pallas/home/pallas.html
|
Wie terugblikt op de begintijden van Marillion,
zal ook herinnerd worden aan andere Britse groepen zoals IQ, Pendragon en
Twelfth Night. De naam van de Schotse proggers Pallas wordt daarbij al eens
vergeten, alhoewel zij destijds het label "prog" misschien wel meest
van al verdienden, gezien hun samenwerking met de legendarische producer Eddie
Offord (Yes, ELP) op hun debuut "The Sentinel". Dit album, in een hoes
van Patrick Woodroffe, kwam in 1984 uit. De originele zanger werd vervolgens
vervangen door Alan Reed, die zong op “The Wedge” uit 1986, geproduceerd
door Mick Glossop (UFO). De LP, geperst in vinyl zoals dat toen nog gebeurde,
ging in Europa alleen al 100.000 keer over de toonbank.
Alhoewel Pallas af en toe nog een track leverde voor diverse
compilatie-albums, deden onze Schotten er liefst dertien jaar over hun derde
eigen album uit te brengen. Dat was "Beat the Drum", dat daardoor ideeën
bevatte uit een periode van ruim 10 jaar, maar toch over de hele lijn de
Pallas-stempel droeg. Het vuur was terug in de band en werd nog aangewakkerd
door de positieve reacties. Vol goede moed stortte de groep zich op een
brandnieuw project, als een schilder die een nieuw leeg doek gekregen heeft. Met
geluid schilderden de artiesten negen nieuwe tafereeltjes, die samen de titel
“The Cross & the Crucible” kregen. Deze negen songs zijn gebaseerd op de
geschiedenis en de inspanningen en lotgevallen van de mensheid, met bijzondere
belangstelling voor de extremen waartoe de mens in staat is, van prachtige
verwezenlijkingen tot afschuwelijke gewelddaden. Zoals de titel van de CD al
aangeeft, kijkt Pallas daarbij naar de ironische contradicties in de rol van de
religie, die liefde en vrede onderwijst maar ook de aanleiding is geweest tot
miljoenen doden.
Als album-gerichte groep kan Pallas het zich veroorloven te openen met
een bizar klinkende track. "The Big Bang" is namelijk een
geluidscollage van noise, waarmee een bijna ondraaglijke spanning wordt
opgebouwd. Vurig basspel verlost de luisteraar uit deze ambient-beklemming, en
het ritme wint aan belang. De titelsong wordt verder uitgebouwd, waarbij
indrukwekkende koren de ideale tegenpartij vormen voor enkele meesterlijke
gitaarsolo's. De onderliggende synthesizer-geluiden en de militaire drumpartijen
maken “For the Greater Glory” tot een dramatisch geheel. Het geroep doorheen
deze song doet denken aan Pink Floyds "The Wall". Naar het einde toe
wordt het Pendragon-achtig, als Nialls gitaarspel mooi aansluit bij Ronnies
keyboards. “Who’s to Blame” vormt een welkom rustpunt, dat met zijn
fragiele akoestische gitaar vergelijkingen met de Moody Blues oproept. “The
Blinding Darkness” bevat dan weer etnische ritmes die aan Peter Gabriels
vroege solowerk doen denken.
De akoestische gitaar treedt weer op de voorgrond in het eerste deel van
“Towers of Babble” maar klinkt hier meer als Steve Howe. Ook in de rest van
de CD zullen nog verschillende Yes-achtige geluiden weerklinken. Echte violen
spelen mee in dit nummer en een koor geeft deze prachtige compositie een
plechtig karakter. Dit wordt nog versterkt door de klanken van een kerkorgel,
waarbij de song weer aan Yes doet denken, in de periode van “Going for the
One”. De Yes-sfeer blijft aangehouden in “Generations”, dat duidelijk niet
door Alan Reed gezongen wordt. Het arrangement met bas en gitaar doet zo sterk
denken aan de Engelse grootmeesters dat men bijna zou gaan denken dat de
Schotten van Pallas hier samenwerken met Anderson en co, of dat ze van hun oude
makker Eddie Offord nog een tape met ongebruikte Yes-opnames gekregen hebben…
Het absolute hoogtepunt van het album is wel het lange “Midas Touch”.
Dit schilderij bestaat uit verschillende paneeltjes met ieder een eigen
atmosfeer. Wanneer de basgitaar prominent naar voren komt maar tegelijk de slide
gitaar weerklinkt, is het moeilijk niet alweer aan Squire en Howe te denken.
Speelse synths vervolledigen het arrangement, maar plots doen de breaks en
gitaren dan weer denken aan het einde van "Awaken". Deze song “Midas
Touch” eindigt zelf echter met piano en strijkers. De CD eindigt op een
positieve noot met “Celebration”, dat alweer een donderende basgitaar heeft
in het snelle eindstuk, maar in opbouw toch ook doet denken aan Genesis ten
tijde van "Duke". Het gebruik van tubular bells maakt deze song tot
een majestueuze afsluiter van “The Cross & the Crucible”, een album dat
nu al een mijlpaal in de Pallas-geschiedenis genoemd mag worden en een nieuw
bewijs dat deze groep een tweede kans verdient. Ongetwijfeld is dit hun beste
werkstuk tot nu toe. Er mag wel opgemerkt worden dat de eerste vijf songs anders
klinken dan de laatste vier. Dat tweede deel van de CD klinkt veel meer als
"vintage prog" en persoonlijk zou ik Pallas graag nog meer van dat
materiaal horen brengen. Of ligt het eraan dat ik stilaan ook wat ouder word ?
Bespreking:
John ‘Bo Bo’ Bollenberg
Vertaling:
Lars Van Moer
|