|
Het blind aankopen van cd’s leidt soms
tot leuke verrassingen. Tijdens Progfarm 2002 viel mijn oog op het
fraaie artwork van La Torre’s debuutcd (uit 2001) en ik was meteen
verkocht, ook al vanwege de tot de verbeelding sprekende groepsnaam.
Een eerste rondleiding in de toren van de alchemist leerde mij dat
de jaren zeventig duidelijk model gestaan hadden voor de muzikale
excursie van deze relatief jonge band, die met hun debuut een soort
eerbetoon aan de groten uit de Italiaanse scène (PFM, Le Orme, Banco)
wilden brengen.
Fans van keyboard georiënteerde prog
zitten als gebeiteld, want deze cd bulkt van het weelderige
toetsenspel van Michele Mutti. Minstens even prominent aanwezig, is
het fluitspel van Silvia Ceraolo. De interactie tussen beiden levert
bij vlagen sprankelende progressieve muziek op en vormen een gepast
instrumentaal decor voor het hoge, zuivere stemgeluid van Michele
Giardino. En, zoals het een Italiaanse band betaamt, werd veel
aandacht besteed aan het melodieuze karakter van de muziek,
gekoppeld aan een stevige dynamiek. Tijdens het opzwepende ‘Eclisse’
trakteert Mutti de luisteraar op een waar toetsenfestijn : piano en
Hammond in de intro, gevolgd door een bombastisch synth-offensief.
‘Delirio’ is al even onweerstaanbaar, met een up tempo gedeelte dat
zelfs een rabiate zuurpruim aan het glimlachen zal brengen. In de
hoofdzakelijk op mellotron drijvende titelsong goochelt Mutti met
elementen uit zowel klassieke als jazzmuziek. Het dromerige ‘Il volo’
zweeft gracieus door een helder wolkendek van akoestische gitaar,
dwarsfluit en altklarinet. Op ‘L’Apprendista’ zijn het alweer Mutti
(Hammond, Moog) en Ceraolo die de show stelen in de lange intro. In
dit nummer wordt overigens een stukje uit de 3e symfonie
(de orgelsymfonie) van Camille Saint-Saëns gespeeld, dat de meesten
ongetwijfeld beter kennen van een hit uit de jaren zeventig (‘If I
had words’). Minder overtuigend zijn ‘I figli della mezzanotte’, ‘Lo
gnomo’ en ‘Acquario’, die allen op hetzelfde stramien blijven
voortborduren maar te weinig beklijvende momenten bevatten om te
blijven boeien. Enkel ‘La persistenza della memoria’ is nog het
vermelden waard : een heerlijk stukje klassieke piano van Mutti.
Al bij al een veelbelovend debuut van
een jonge band, die nog heel wat groeimarge heeft. Een aantal songs
mist wat cohesie en al te vaak worden magistrale hoogstandjes
afgewisseld met behoorlijk saaie, geforceerd klinkende passages.
Jeugdige overmoed misschien ? Ook qua geluidskwaliteit is er nog
ruimte voor verbetering : drums en bas mogen de volgende keer iets
meer naar voor gemixt worden. En Mutti mag weliswaar een begenadigd
muzikant zijn, het accent ligt soms toch wat al te nadrukkelijk op
zijn toetsenwerk.
Feit is dat de
La Torre dell’Alchimista nog wat moet rijpen, maar dat het
klasbakken zijn, staat wel vast. |