|
Release : 2000
Label : Record Heaven
Catalogus nummer : RHCD29
Totale speelduur : 65’12"
|
Tracklijst:
Fields of sorrow / Like a whisper / Tell me a story / Come home /
Reaching for angels / Silence within / She will dance no more / Autumn
rain
Muzikanten:
Anders Lindgren, bas, zang, akoestische gitaar, synths
John Lönnmyr : toetsen, zang
Mattias Jarlhed : drums, zang, klarinet, percussie
Ola Sivefäldt : zang, gitaar, loops, samples
|
Het debuut "Kingdom of sadness" plaatste het Zweedse Valinor’s
Tree meteen zij aan zij met groepen als Änglägard, Anekdoten, Landberk en
Sinkadus. De combinatie van ingetogen stukken en uit de pan swingende zijstapjes
samen met een royale dosis gesoleer plaatste de toen vier lange stukken netjes
op de prog-landkaart. Op hun nieuwste "And then there is silence"
staan maar liefst acht nummers die de totale speelduur danig opkrikken doch die
ook krachtiger zijn, gebalder, directer. Vooral de bas ronkt als nooit tevoren,
de gitaar klinkt af en toe gestoord terwijl ook de zang agressiever uit de hoek
komt. Opener "Fields of sorrow" doet mij aan de Zwitserse band
Sapphire denken omdat ook zij de prog een hedendaagse inkleuring meegeven. Los
van de diverse muzikale wendingen staat de sterke chorus overeind die na een
paar beluisteringen direct in het geheugen gekleefd blijft.
De groep weet harde uithalen te compenseren met intieme songs zodat de balans
over de ganse plaat overeind blijft. "Like a whisper" opent op een
soft jazzy manier via akoestische gitaar, piano en zachte drumsound (brushes)
vooraleer via harde gitaarakkoorden en mellotron het geheel richting bombast
overhelt. Eén van de langere nummers op deze plaat met achter elke seconde een
nieuwe verrassing uitmondend in een orgie van piano, bas, drums en freaky gitaar
is "Tell me a story". Dit ‘pièce de résistance’ is zonder
twijfel het meest complexe van de plaat boeiend tot de allerlaatste seconde !
Vooral het stuk waarin een repetitieve synth zich een weg baant doorheen een zee
aan ritmebreaks en ‘distorted guitars’ is een ware verademing.
"Come home" is opgebouwd rond de akoestische eenvoud van de gitaar
aangevuld met de klaagzang van Ola Sivefäldt terwijl ook klarinet de sfeer
extra komt beklemtonen. Naar het einde van het nummer toe waagt de gitaar zich
eventjes op het flamenco pad. In "Reaching for angels" komt de
vergelijking met Landberk het meest tot uiting omdat ook zij op een aanvaardbare
manier bij toegankelijkheid gingen aanleunen. "Silence within" leunt
in het ritmische deel meer aan bij de nieuwe progmetal lichting vanwege de
synergie tussen toetsen en loodzware gitaren. De piano en de manier van zingen
draagt echter opnieuw bij tot een grote dosis originaliteit. Af en toe wordt de
begeleiding zelfs het zwijgen opgelegd om zo de piano in al haar schoonheid te
laten ‘zingen’. "She will dance no more" zal voor iedereen wel de
grootste verrassing van de plaat zijn. Wie had er trouwens een Burt Bacharach
intro verwacht, een soort laidback zacht nummer met weggedoken bossa-nova
invloeden die zelfs op de huid van the Cardigans zou kunnen geschreven zijn ware
het niet van de plotse opstand van drums, gitaren en mellotron om zo een heuse
‘wall of sound’ op ons te doen neerdalen vooraleer een jazzy trompet ons
weer in de originele sfeer onderdompelt. Diezelfde trompettist, Simon Fäldt mag
nog een laatste keer zijn kunnen etaleren tijdens de uitsmijter "Autumn
rain". Het is een zeer rustig nummer geworden dat als het ware de vroege
herfstregen belichaamt, het frisse water op het gelaat terwijl je je een weg
baant over met bladeren bedekte wegen richting oneindig.
Luid en stil, uitbundig en ingetogen, klassiek en experimenteel : "and
then there is silence" is dé plaat waarbij de tegenstrijdigheden elkaar op
een unieke manier aanvullen om zo tot een zéér interessante plaat te leiden.
Bespreking: John 'Bo Bo' Bollenberg
|