|
Release : 2000
Label : eigen beheer
Catalogus nummer : TKCD001
Totale speelduur : 62’56"
|
Tracklijst:
Mute (16’01") / Time (7’15") / The return of the
ultragravy (11’) / Integrity (9’10") / T.A.N.U.S. (19’30")
Muzikanten:
Paul Beecham : bas, achtergrondzang
Simon Boys : zang
Wolfgang Kindl : toetsen, achtergrondzang
Phil Mercy : gitaren, achtergrondzang
Mark Robotham : drums
Website :
www.thieveskitchen.co.uk
|
Toen Grey Lady Down besloot om ermee te kappen had drummer Mark Robotham de
idee geopperd om iets veel complexer in elkaar te knutselen, iets wat nog geen
enkele Britse band op dat moment had gedaan. ‘Het was allemaal neo-progressief
wat de klok sloeg in England’, vertelde Mark, ‘dus zocht ik muzikanten om me
heen om net met dat neo-progressieve’ te breken. Gitarist Phil Mercy van zijn
kant had reeds de solo-CD ‘Fear of fantastic flight’ uitgebracht op het
Mellow label en met enkele ex-leden van Stuff plus de reeds geciteerde Mark
Robotham was de kern bijna kompleet. En zie, amper een dik jaar na zijn
bewoordingen ligt daar het debuut van THIEVES’ KITCHEN ‘Head’
op tafel waarbij zeer veel aandacht uitgaat naar de individuele inkleuringen in
het totaalproject. Vijf betrekkelijk lange composities bevolken dit puike debuut
die sporen nalaat in het moeras van Gentle Giant, VDGG, Happy the Man doch
voorzien van een hedendaags ritme. Sterk werk ook van toetsenman Wolfgang Kindl
die de dramatiek perfect weet in te pakken. Luister eens naar zijn
vingervlugheid enerzijds en de uitgestrekte strings anderzijds, beiden simultaan
aanwezig in de intro van ‘Time’. Naast spetterende gitaarriffs zitten er in
‘The return of the ultragravy’ aardig wat mellotron stukken en laten de
ietwat atonale toonladders een soort nieuwe Gentle Giant horen. Net zoals bij
Gary Chandler valt het mij op dat de stem dicht aanleunt bij Mark King waardoor
een deeltje van ‘Integrity’ als een kruising tussen Jadis en Level 42 gaat
lijken. Hét nummer van de plaat komt echter helemaal op het eind in de vorm van
‘T.A.N.U.S.’, een nummer waarin ik nogal wat Happy the Man invloeden in
bemerk ook al heeft het geheel een groter rockgehalte dan het bijwijlen jazzy
werk van HtM. Wervelende gitaarsolo’s smelten samen met Hammond en lopen
constant de toonladder op en af. Op een gegeven ogenblik schakelt de gitaar over
op een meer fusion gerichte stijl terwijl knipogen richting Vai en Satriani
nooit veraf zijn. Het nummer eindigt als een speels muziekdoosje, een
slaapliedje welke ons probleemloos naar droomland moet voeren. ‘Head’ bevat
precies het nodige voer om dat kleine hoofdje ‘à point’ te houden !
Bespreking : John "Bobo" Bollenberg
|