KRABAT: 22

KRABAT: 22

Release : 2000
Label : Black Rills Records
Catalogus nummer : 08248
Totale speelduur : 63’37"
Tracklijst:
Fandango (8’44") / Niemals nirgends (11’16") / Lamento eines Zeitgenossen (8’33") / Bruchtalbahn (9’23") / Miniaturen (1’49") / Dichterstress (9’02") / Seidenleicht (12’03") / Wie-auch-immer-Tanz (2’43")
  
Muzikanten:
Anja Wylezol : stem, elektrische gitaar, dwarsfluit, klokkenspel, akoestische gitaar
Kai Siebel : bas, regenmaker
Peter Praesent : drums, percussie
Andreas Koch : elektrische en akoestische gitaren, klokje, platendraaier
 
Website:
www.main.kinzig.net/privat/krabat

Sterk aanleunend bij de analoge seventies doch met een gezonde dosis eigenzinnigheid en een stevige knipoog naar jazz en Canterbury scene bevindt het Duitse Krabat zich meteen in m’n lade ‘aangename verrassingen’ ! Na het debuut "Homo Ludens" uit 1997 krijgen we weer lange uitgesponnen instrumentale stukken waarbij ondermeer de gitaar zich van een George Benson-achtige eenvoud en finesse laat horen geflankeerd door inventieve zijsprongen waarbij met name zangeres Anja Wylezol de originaliteit extra beklemtoont. In ‘Niemals Nirgends’ komen vervaarlijk donker klinkende gitaarklanken op je af terwijl het repetitieve patroon vergelijkingen met White Willow doorstaat. Ongepolueerde jazz zwemt doorheen ‘Lamento eines Zeitgenossen’ met opnieuw als hoofdrolspeler gitarist Andres Koch terwijl de Duitse zang hier wel erg gedurfd overkomt. Het doet me in de verte een beetje denken aan Anyone’s Daughter’s "Pictors Verwandlungen". Leuk is zondermeer de inkleuring van het geheel door middel van het fragiele geluid van de glockenspiel. Er wordt ook met omgekeerde loops geëxperimenteerd gedurende ‘Bruchtalbahn’ waarmee meteen de introductie van psychedelica een feit is. De inkleding van de gitaar leunt echter sterk aan bij een groep als National Health en zelfs Khan. In feite kaatst de muziek heen en weer tussen Zappa en Fripp met als rode draad wellicht de complexe aanpak van een Gentle Giant gelardeerd met de wijdse, bijna kosmische gitaar aura van een Tangle Edge.

Het folky gevoel van een Änglägard is dan weer hoorbaar middels ‘Miniaturen’ waar dwarsfluit en akoestische gitaar de eenvoud alle eer aan doen. Die eenvoud wordt doorgetrokken tijdens ‘Dichterstress’ waarbij opnieuw de dwarsfluit voor wat gemoedsrust zorgt. De Duitse, ietwat atonale, zang maakt het niet meteen het toegankelijkste nummer doch houdt het eindresultaat boeiend tot het einde ook al had ik hier wat magistrale Mellotron gewenst. De zoektocht naar eigenheid gaat verder en hier en daar begin ik onderhuidse Höyry-Kone trekjes te ontdekken zoals tijdens ‘Seidenleicht’ dat een perfect Cuneiform product op de massa loslaat. Vreemd om zeggen is misschien dat de theatrale, op sommige momenten bijna opera achtige, stem van Anja op de heupen begint te werken vermits ze de instrumentale breekbaarheid van de muziek komt verstoren. Krabat is dan ook op haar best tijdens het rustige ‘Wie-auch-immer Tanz’ waarbij Andres Koch zijn techniek voor een laatste keer mag etaleren. Zonder meer een zeer belovend product van een moeilijk te catalogeren nieuweling in het genre.

Bespreking: John 'Bobo' Bollenberg
 

Website in order to promote progressive rock to a broader audience in Flanders but also in the entire world. No part from this website may be used in any other publication whether in print or on the world wide web without the editor's consent - all material is exclusive to Prog-Nose and copyright protected.

Last updated: 30 maart 2003 .
All rights reserved. Copyright © Prog-Nose 30/05/2001.