|
Release : 2000
Label : Magna Carta
|
Tracklijst:
Icarus II (7’17")
/ When the world was young (5’48") / Grand fun alley (4’34")
/ The coming dawn (5’42") / Myriad (8’54") / Look at the
time (5’35") / Disappearing skin tight blues (7’) / Distant
vision (8’47") / Byzantium (4’13") / Not man big (7’39")
Muzikanten:
Steve Walsh : lead- en achtergrondzang
Robby Steinhardt : violen, altviolen, lead- en achtergrondzang
Richard Williams : gitaren
Kerry Livgren : toetsen, gitaren
Phil Ehart : drums
Billy Greer : bas, lead- en achtergrondzang
Dave Hope : bas
Website:
http://kansasband.com
|
Na zeventien jaar vroeg Kerry Livgren aan drummer Phil Ehart om nog eens
enkele nieuwe demo's te komen beluisteren. Phil merkte op hoe dicht deze nieuwe
composities bij het klassieke Kansas-repertoire lagen. Deze vaststelling was
voldoende brandstof om de Kansas-raket opnieuw te lanceren, met een even
klassieke bemanning. Dit nieuwe album ‘Somewhere to elsewhere’ zal een
aangename verrassing zijn voor al wie dacht dat Kansas zijn magie verloren had.
Wie de unieke mengeling hoort van Robby Steinhardt’s viool en Kerry Livgren’s
keyboards weet dat Kansas aan het werk is en dat de groep terug op het juiste
spoor zit. De opener ‘Icarus II’ is een soort vervolg op ‘Icarus’ van
het album ‘Masque’ (1976). De vocale harmonieën, de unieke klank van
Robby's viool en het klassieke arrangement maken het een waardige opener. De
volgende song ‘When the world was young’ maakt nog duidelijker dat de stem
van Steve Walsh heser is dan vroeger, maar dit contrasteert aardig met de fijne
muzikale details. ‘When the world was young’ wordt krachtig voortgestuwd
door gitaar en zou niet misstaan op de radio overdag. Dit nummer bevat ook een
klein stukje uit het intro van ‘Magnum opus’, als knipoog naar het rijke
verleden. ‘Grand fun alley’ is funky en tegelijk bluesy, en kent een
meeslepend refrein.
‘The coming dawn (thanatopsis)’ is opgebouwd rond een sterk vocaal
refrein dat nog maar eens aantoont wat een talent Steve Walsh is. Maar Kansas
beschikt over de weelde van liefst drie lead-zangers, wat de CD nog gevarieerder
maakt. Steve zingt meestal de eerste partij, maar Robby Steinhardt doet dat op
twee tracks en Billy Greer op één. Zoals op vele nummers brengt Robby's
vioolspel ons weer naar ongekende hoogten in ‘The coming dawn’, waarbij ook
de akoestische gitaar en het subtiele drumwerk van Phil niet onvermeld mogen
blijven. Al dit nieuwe materiaal werd opgenomen in Kerry's landelijke Grandy
Zine studio's in Berryton, Kansas, en deze omgeving zal wel bijgedragen hebben
tot de goede sfeer op deze CD. De heren hebben nu zelfs ‘Myriad’ afgewerkt,
een episch werkstuk dat al dateert van dertig jaar geleden maar nooit werd
uitgebracht. De song werd nu deels herschreven en het uiteindelijke resultaat
heeft een ijzersterk refrein en is fraai en origineel, alhoewel er wel
gelijkenissen zijn met andere grote namen zoals ELP voor een orgel-passage, Yes
voor de harmonieën, Kayak-achtige gitaarsolo's en zelfs XTC tijdens hun
psychedelische uitstapjes. Psychedelische sferen zijn er ook in het begin van
‘Look at the time’, waarbij dan weer vergelijkingen met Spock's Beard en de
Beatles gemaakt kunnen worden. Maar dan neemt Kansas weer een originele bocht
met de introductie van duistere gitaarriffs die aardig vermengd worden met het
orgel en de alomtegenwoordige viool.
Het is normaal dat een groep die al zolang meedraait als Kansas, ongeveer
alle muziekstijlen eens heeft uitgeprobeerd om de eigen muziek zo compleet
mogelijk te maken. Vroeg of laat zal zo'n groep dan ook de blues ontdekken. Dat
gebeurt hier in het swingende ‘Disappearing skin tight blues’, waarbij nog
maar eens Robby's viool een prachtige hoofdrol speelt. Live zal dit nummer erin
gaan als koek. Alweer de viool maar ook Kerry's melodieuze spel op de grote
piano maken van ‘Distant vision’ een adembenemend ‘pièce de résistance’.
Vervolgens is er ‘Byzantium’ waarin sommige elementen helemaal niet als
Kansas klinken. Onheilspellende koorzangen openen dit nummer, waarna
Gregoriaanse gezangen gecombineerd worden met Arabische toonladders waaraan ook
Led Zeppelin zich waagde. Het is even wennen, maar het loont absoluut de moeite
deze onvoorspelbare compositie te verkennen. Tenslotte is er ‘Not man big’,
een brok powerrock die het live goed zal doen, maar ook op CD veel te bieden
heeft: prima drum-bas-samenspel, stevige gitaarriffs, wervelend orgel en nog
meer Arabisch aandoende arrangementen bereiden voor op alweer schitterend
vioolspel van maestro Steinhardt. Een waardige afsluiter, maar eigenlijk is er
na een korte stilte nog een rudimentair akoestisch stukje blues als mystery
track. Het gelach tijdens die opname geeft het gevoel dat Kansas goed zit voor
de toekomst. De groep heeft met ‘Somewhere to elsewhere’ de balans gevonden
tussen ‘Leftoverture’ en ‘Point of know return’, met genoeg pit voor de
21ste eeuw. Carry on wayward sons !
Bespreking:
John ‘Bo Bo’ Bollenberg
Vertaling:
Lars Van Moer
|