|
Datum van release : 1999
Label : Concert Classics
(verdeling : Renaissance records)
Catalogusnummer :
RRCC00704
Totale
speelduur : 48’35”
|
Tracklijst:
Alaska
(1’33”)/Time to kill (7’17”)/The only thing she needs
(7’21”)/Carrying no cross (9’59”)/Thirty years (10’03”)/In
the dead of night (7’50”)/Caesar’s palace blues (4’30”)
Muzikanten:
Eddie Jobson : toetsen, elektrische viool
John Wetton : zang,
bas
Allan Holdsworth :
gitaar
Bill
Bruford : drums
|
Doodzonde dat deze groep geen langer leven beschoren was.
In haar korte bestaan heeft de groep 2 regelrechte klassiekers afgeleverd
(‘UK’ en ‘Danger Money’), alvorens er met het live-album ‘Night after
night’ een punt achter te zetten.
Er ligt een wereld van verschil tussen het stilistisch
verfijnde eerste en het bijzonder energieke tweede album, maar de kloof tussen
beide wordt gedicht door deze ‘Concert Classics’, een live-registratie van
een concert uit 1978, opgenomen in Boston. Hoewel het hier om een veredelde
bootleg gaat (jammer, want de geluidskwaliteit is maar net acceptabel), is het
wel een erg interessant gegeven om enkele songs van ‘Danger Money’ in de
originele bezetting (Jobson, Wetton, Holdsworth en Bruford) te kunnen horen.
‘Alaska’ en ‘Time to kill’ bijten de spits af en
worden met veel brio afgehaspeld. Alle zo kenmerkende ingrediënten zijn
overvloedig aanwezig : het kurkdroge, complexe maar loepzuivere drumwerk van
Bruford, het quasi onnavolgbare en onvoorspelbare gitaarspel van Holdsworth, het ijzingwekkend verbluffende klaviergejongleer
van Jobson en de opzwepende bas van Wetton, die ook in vocaal opzicht erg op
dreef lijkt. ‘The only thing she needs’ en ‘Carrying no cross’ zijn twee
songs die we kennen in hun wervelende versies op ‘Danger Money’. Hier horen
we ze in een embryonaal stadium, maar het is tegelijkertijd boeiend en verbazend
te constateren hoe ze op relatief korte tijd getransformeerd zijn van zuivere
fusion (of noem het symfonische jazzrock) in diabolische symfo. Het laat ons,
jammer genoeg, ook een groep in desintegratie horen, wat zich vooral uit in het
weliswaar virtuoze maar tevens eigengereide spel van Holdsworth en de
soms aarzelende interventies van Bruford. Met ‘Thirty years’ en ‘In the
dead of night’ keert het vertrouwde UK-geluid in volle glorie weer, hoewel
Bruford ook in laatstgenoemd nummer af en toe de pedalen lijkt te verliezen,
tenminste als je deze versie vergelijkt met die op ‘UK’. Afsluiter
‘Caesar’s palace blues’ heb ik altijd al een zwak nummer gevonden, en ook
het gitaarspel van Holdsworth kan niet verdoezelen dat het geen bijster sterke
song is.
Al
bij al is ‘Concert Classics’ een erg boeiende ervaring en valt er in
muzikaal opzicht heel wat te genieten. Jammer van de wat minder goede
geluidskwaliteit, maar laat dat vooral het luisterplezier niet vergallen.
Bespreking: Piet Michem
|