|
Releasedatum: 1999
Label: EMI Music Canada
Catalogusnr. 7243 496545 2 5
Totale speelduur : 51’25’’
|
Tracklijst:
Touch (3’54’’), Underground (3’40’’), Great big lie (3’48’’),
Heaven coming down (4’00’’), The halcyon days (5’57’’),
The messenger (3’30’’), Samsara (3’55’’), A slight attack
(3’14’’), Taking me away (5’02’’), These living arms (5’03’’),
Chimera (4’26’’), Gone (3’32’’).
Muzikanten:
Jeff Martin: zang, gitaar
Stuart Chatwood: basgitaar
Jeff Burrows : drums
Gastmuzikanten:
Ligia Paquin, François Paquin: violen
Benoit Loiselle, Stéphanie Meyer : cello
Website:
www.teaparty.com
Contact:
teaparty@teaparty.com
|
Jeff Martin (zang, gitaar) groeide op in Canada en raakte tijdens zijn jeugd
vooral onder de indruk van de Doors en Led Zeppelin (het nummer ‘Kashmir’
moet model gestaan hebben voor het bepalen van hun muzikale richting). Voeg
daarbij de overheersende invloed van Indiaase cultuur en Oosterse filosofieen
waar Jeff zich vanaf zijn 18e jaar in verdiepte.
Zegt hij : ‘’Een vriend liet me op 18 jarige leeftijd Sgt. Peppers horen
van de Beatles. Het nummer dat ik eerst begreep was ‘Within you, without you’’’.
(George Harrison)
Hiermee heb je meteen de 3 pijlers waarop The Tea Party gebouwd is.
Waarom beschrijf ik het vierde album van de Tea Party als eerste op deze Site
? Omdat het, zoals de naam zelf zegt, bestaat uit de drie kenmerken van de
vorige CD’s : het melodische element, het spirituele/oosterse instrumentarium
dat tot ontplooiing kwam op de 2e CD en het hardere, electronische
werk waar ‘Transmission’ zich op toespitste.
Ditmaal werden de songs pas geschreven in de studio : het is een plaat vol
tegenstellingen met lichtere nummers van de eerste sessie en donkere, intense
composities die ontstonden tijdens de tweede sessie. Heel deze CD wordt je
geconfronteerd met dit spel van licht en donker.
Het begint met zwaar overstuurde riffs maar ook refreinen die de verloren
gewaande warmte van de LP terug in je huiskamer brengt (Touch). De ware
zegetocht begint met ‘Heaven coming down’, statig voortschrijdend op een
aarzelend begin; uiteindelijk openbloeiend in een epos vol treurnis (de stem van
Jeff scheurend in een mengelmoes van Jim Morrison en Chris Goss, zwoel
wegdrijvend in een poel van vergankelijkheid).
The halcyon days : ware pracht ontplooit zich dan in het gebruik van oosterse
instrumenten (op de achtergrond doorjengelend) maar er is de warme stem van Jeff
Martin die ons doorheen alle continenten gelijk voert; de woestijnzon boven ons
of de gieren van de nacht onder ons. Ik zie dit meteen als de soundtrack op het
wriemelende Djemaa El Fna-plein in Marrakesh.
‘The messenger’ is dan weer een toonbeeld van eenvoud, maar daarom niet
minder aangrijpend. Deze compositie van Daniel Lanois wordt sober en exquis
gebracht, zo hoort het ook.
Dynamische nummers als ‘A slight attack’ en ‘Great big lie’ staan in
contrast met de rust van een ‘Taking me away’ de Doors gelijk : zweef weg
naar de woelige jaren 60 vol hoop op een tapijt doorheen de tijd.
Ook al klinkt het soms even chaotisch, dan is er steeds weer de zalvende stem
van Jeff om ons te koesteren in de warmte en hoop van lang vervlogen tijden.
Wie houdt van een verbluffende beheersing der instrumenten, dynamiek en
ingehouden passie moet TRYPtich zeker gaan beluisteren. Voorlopig is de groep
nog niet doorgebroken tot een breder publiek buiten Canada en kunnen we van hun
incidentiele bezoeken genieten in de omfloerste omgeving van kleinere zalen.
Ooit waren ze geprogrammeerd op Pukkelpop, maar deze komst werd afgeblazen (en
daarmee mijn ticketkoop evenzeer) en ’t is misschien maar goed ook in die
omstandigheden. Toch verdient deze cult-band het om door te breken naar een
breder publiek. Tot die tijd kunnen we alvast genieten van hun studio-creaties.
Bespreking: Vera
|