|
Het
Zweedse Unchained voegt zich met hun titelloze debuut bij de massa
power metal bands op deze aardbol. In dit genre ligt de prioriteit
niet bij het origineel voor de dag komen (is schier onmogelijk),
maar of de band compositorisch iets voorstelt en of ze goed met hun
instrumenten overweg kunnen. Op dat vlak scoort Unchained een ruime
voldoende.
De
basis voor de band werd dan ook al gelegd in 1999 en al die tijd was
gitarist David Blome de enige constante, zodat we hem wellicht
kunnen beschouwen als de drijvende kracht achter Unchained. Tussen
2002 en 2003 bracht de band een aantal demo’s uit. Toen ze in
september 2003 tekenden bij Sound Riot Records kon er eindelijk
gewerkt worden aan het debuut. De groep verbleef zes maanden in de
studio en je merkt dat er intensief aan gewerkt is. Alhoewel de
productie voornamelijk door de band zelf gedaan werd – en weer duikt
de naam van David Blome hier op – valt er niets af te keuren aan het
geluid.
We
hebben hier zeker niet te maken met één van de bands die opereren in
het kielzog van Helloween, neen, Unchained’s invloeden zijn veel
breder en gaan terug naar de heavy metal van de jaren tachtig (Iron
Maiden, Judas Priest), maar in een eigen verpakking. Het is de
aankleding van de nummers die het ’t hem doet, zoals de zwevende
gitaarsolo in ‘The Analyst’. Het sterke ‘Ghost Of The Alchemic Hall’
doet me in eerste instantie erg aan Manowar denken, maar weldra
bedenk ik dat dit evenzo op een Demon album had kunnen staan. De
zang van Per Karlsson doet me hier fel aan Dave Hill denken. De
groep weet door enige geheimzinnigheid ook te boeien in bijna
epische songs als ‘Theater Of Pain’ en ‘Seventh Sin’ waar donkere
koren en een dito gitaarsolo een duistere sfeer scheppen. ‘I Dream’
is de enige track die als ballad door het leven gaat. Het begint
sterk, maar verliest later iets van zijn kracht. ‘Ordinary Sinner’
draagt de geest van Judas Priest in zich.
Nog een afsluitend woordje over de zang op dit album, iets waar een
cd mee staat of valt. Per Karlsson is een goed zanger die in elk
nummer zingt zoals dat past bij die compositie. Toch hoor ik hem
liever niet de hoogte in gaan, daar kan nog aan gewerkt worden. Voor
een debuut is dit zeker heel veelbelovend. Het artwork werd verzorgd
door Mattias Norén. |