|
Thou
Art Lord werd begin jaren negentig opgericht door The Magus (Necromantia)
en Sakis (Rotting Christ) met de bedoeling om snelle, vuige,
sinistere, extreme metal te produceren voorzien van rebelse
Satanische teksten. Deze afkeer van welke religie dan ook zal als
een rode draad door het werk van deze blasfemische Grieken lopen.
Enkele EP’s worden uitgebracht in 1993, waaronder een split EP met
het Belgische Ancient Rites. Na twee volwaardige albums ‘Eosforos’
(1994) en ‘Apollyon’ (1995) volgt er een stilte van zeven jaar. Deze
zeven magere jaren worden volledig in de schaduw gezet als in 2002
‘DV8’ uitkomt. Op deze unieke mix van death en black metal krijgen
de mannen gezelschap van niemand minder dan Seth (Septic Flesh) als
zanger en Akis K. als drummer en het wordt beschouwd als een
overdonderende terugkeer in de extreme scene.
Op
het nieuwe album ‘Orgia Daemonicum’ treffen we buiten The Magus en
Sakis enkel Themis aan als drummer, maar die is ook alweer afkomstig
uit Rotting Christ. Met dit album wilt Thou Art Lord een tribuut
brengen aan al de bands die hen beïnvloed hebben, zoals Venom,
Slayer, Bathory, Possesed, Sodom en zelfs Morbid Angel. Het klinkt
ruw, heel ruw, zoals de thrash/death/black uit de jaren tachtig.
Geen verfijning of vernuftig geproduceerd spul dus, maar pure recht
‘in your face’ metal met als leuze: ‘bang your heads till death’. De
liefhebbers zullen al ruim voldoende hebben aan deze doelstellingen,
maar voor zij die nog wat meer uitleg wensen, zijn hier nog enkele
bedenkingen.
Slayeriaanse riffs openen het album. De nummers zijn kort maar
krachtig, lage bastonen overheersen, maar de basis wordt verfraaid
door hectische gitaarriedels. Ook al beukt het er een beetje plomp
en simplistisch op los, indien gedraaid op maximum volume, ben je al
vlug verkocht. Een chaotisch, dreigende sfeer wordt doorsneden door
rake riffs in ‘Hecate Unveiled’. Hier wordt niet aan de tenen
gekieteld, maar een rake uppercut verkocht. Luister maar naar de
riffs alsof men vlees aan het hakken is in ‘An Apparition of
Vengeance’. Het stampende ‘He, the Great Worm’ is mijn favoriet.
Duistere stemmen dragen bij tot een asgrauw temperament. ‘The Royal
Invocation of Apophis’ bevat buiten een lekkere portie herrie ook
bezwerende gezangen. Er wordt in stijl afgesloten met de Onslaught
cover ‘Power from Hell’. Hoe meer ik dit draai, hoe meeslepender het
is. |