|
Kelly Keeling
heeft een imponerend cv. Hij heeft opgenomen en/of opgetreden met
Baton Rouge, John Norum (Europe), John Sykes’ Blue
Murder, MSG, King Kobra, Carmine Appice’s
Guitar Zeus, George Lynch (Dokken), Lana Lane & Erik
Norlander en Heaven and Earth, maar hij bleef nooit lang
genoeg bij een band om echt naam te maken. Maar wat ronddolen in de
muziekwereld heeft ook zijn voordelen: Keeling heeft heel wat
bekende namen leren kennen en hij kon heel wat van hen overhalen om
mee te werken aan z’n eerste solo-album, “Giving Sight To The Eye”.
De lijst van gastmuzikanten is dan ook imponerend: Don Dokken, John
Norum, Carmine & Vinnie Appice, Kerry Livgren (Kansas), Mitch
Perry (MSG), Tony Franklin (The Firm, Whitesnake),
Denny Laine (Paul McCartney’s Wings, Moody Blues) en
Roger Daltrey (The Who), om maar een paar namen te noemen.
Het lijkt
alsof Keeling op dit album het hele gamma van zijn muzikale
interesses wou tentoonspreiden, wat resulteert in heel wat
veelzijdigheid:
Het album
opent met het bijzonder krachtige “Rising Of The Snake”, een
eersteklas melodieus metalnummer. Behalve de drums deed Keeling hier
alles zelf, en op een heel overtuigende manier.
“Parasite” is
een slepend bluesnummer met een knap Hammondgeluid en sterke, ruige
zang.
“Broken” had
niet misstaan op een Glenn Hughes-album. Een funky nummer met heel
Coverdale-achtige zang en een prominent Hammondgeluid, wat deze song
heel erg als een Deep Purple-nummer (ten tijde van Tommy
Bolin) doet klinken.
Een
Beatles-invloed duikt op in “Perfect Day” (luister maar eens naar de
mellotron en dat gitaargeluid). Dit nummer werd medegecomponeerd
door KK, Carmine Appice en Tony Franklin. Opnieuw doet Keeling zijn
best om als Coverdale te klinken.
Geweldig nummer!
Het hoogtepunt
van het album is “Ground Zero”. Het werd gecomponeerd door Kerry
Livgren (hij speelt ook mee) en is een ruim 8 minuten durend episch
nummer, exact wat je kan verwachten van dit ex-Kansas lid:
een symfonisch meesterwerk, met heel wat variatie, knappe teksten,
massa’s emotie en hemelse backing vocals. Dit nummer kan
probleemloos vergeleken worden met het beste wat Livgren heeft
gedaan met Kansas, Proto-Kaw, AD of solo.
Keeling past perfect binnen het plaatje, met overtuigende zang en
schitterend gitaarwerk.
John Norum
speelt sologitaar op “Nothing”, dat wel wat weg heeft van Norums
recente solowerk. Samen met de opener is dit het stevigste nummer
van de plaat.
Niet echt mijn favoriet.
Don Dokken
maakt zijn opwachting op “Believe”, nog een hoogtepunt. Een
bijzonder sterk melodieus rocknummer met een knappe melodie,
geweldige vocalen en schitterende instrumentatie.
Sterk drumwerk van Carmine Appice.
Meer
Beatles-invloeden vind je in “Sunlight Needs The Day”, een leuke
akoestische ballad met ingetogen zangwerk.
“Hell Is On
The Way” is door Nirvana beïnvloed; Keeling spiegelt zijn
zang duidelijk aan Kurt Cobain. Een ruig, grungy nummer met alweer
sterk gitaarwerk. Op dit nummer speelt Vinnie Appice (Black
Sabbath, Dio) mee.
“Peace With
The World” is een orkestrale / akoestische ballad, die me wat aan de
Moody Blues doet denken.
Knappe symfonische rock.
Eagles-invloeden
vind je op “Jesse”, nog zo’n prachtig nummer, met gastrollen voor
Roger Daltrey en Denny Laine. Alweer een andere muzikale stijl.
Op dit
album toont Kelly Keeling dat hij niet enkel een zeer goede zanger
is, maar ook een geweldig gitarist en multi-instumentalist. Hij
bewijst ook dat hij vele muzikale stijlen overtuigend kan brengen.
Voorstanders zullen ongetwijfeld aanbrengen dat Keeling hier al zijn
veelzijdigheid toont, terwijl anderen waarschijnlijk vinden dat het
album een duidelijke lijn mist. Beide zijn juist, natuurlijk,
afhankelijk van wat je van een album verwacht. Wat mij betreft is
dit een zeer bevredigende CD, die mijn respect voor Kelly Keeling
sterk heeft doen toenemen. |