|
Dit lijkt er al meer op. Ik was niet bepaald onder de indruk van Pat
Travers’ laatste album, “P.T.
Power Trio”, maar dit is echt wel andere koek. Opnieuw gaat hij
voor het power trio; ditmaal wordt hij echter bijgestaan door
niemand minder dan Carmine Appice. Appice is natuurlijk stichtend
lid van Vanilla Fudge, Cactus, King Cobra en Blue Murder. Daarnaast
was hij in de studio, of toerde, hij met namen als Ozzy Osbourne,
Tommy Bolin, Ted Nugent, Pink Floyd en Rod Stewart, met wie hij hits
als “Young Turks” en “Do Ya Think I’m Sexy” schreef (vergeef het hem
dat toch maar). Hij is niet enkel een ontzettend krachtig drummer,
hij is ook één van de meest kleurrijke figuren uit de
rockgeschiedenis. Het trio wordt vervolledigd door T.M. Stevens, de
befaamde bassist op sommige van de bekendste opnames van Joe Cocker,
James Brown, Tina Turner, Billy Joel, Steve Vai en anderen.
Vanaf de eerste noten is het duidelijk wat je van het album kan
verwachten. Met stevig drumwerk, een snijdende gitaarriff en een
indrukwekkend basgeluid zet “Better From A Distance” de toon voor de
rest van het album. “Taken (The Iguana Song)” is knappe heavy blues
boogie, die niet zou misstaan hebben op Travers’ vroege albums. “I
Don’t Care” is trage, zware blues met een chorus dat maar in m’n
hoofd blijft rondspoken.
Travers en Appice delen de zang op dit album, met uitzondering van
“Gotta Have You”, waarop T.M. Stevens zijn zware, funky stem laat
klinken over een indrukwekkende groove. That was good! gromt
Stevens aan het eind van het nummer. En hij heeft gelijk; dit is een
fantastisch nummer en één van mijn favorieten op het album. Op “Hey
You” hoor je akoestische en slide gitaar, en hierop toont de band
aan dat ze ook op zachtere songs overtuigend klinken.
Een Hammondorgel begeleidt de groep op het funky “Stand Up”, een
nummer dat voor mij wat meer punch had kunnen gebruiken. Maar
de gitaarsolo maakt veel goed.
“Can’t Escape The Fire” is nog zo’n mooi, trager nummer dat me
herinnert aan “Can’t Find My Way Home” (Blind Faith).
De kwaliteit van deze CD is opmerkelijk. Er zijn wel enkele songs
waar ik niet wild van ben, maar altijd is er wel een groove, riff of
gitaarsolo die het nummer omhoog tilt. “I Can’t Let You Go” begint
niet als één van mijn favorieten, maar dan is er dat bizarre
intermezzo (dat MOET je horen!), gevolgd door de meest fantastische
gitaarsolo. Deze kerels hebben lol gehad in de studio, dat kan ik je
wel vertellen.
“Keep On Rockin’” is het hardste en snelste nummer van de plaat:
opgebouwd rond een snel meezingrefrein, is het niet meer dan een
vehikel om hun technische kunstjes op hun instrumenten te tonen. Ik
voorspel dat dit nummer het live heel goed zal doen. Het album wordt
dan mooi afgerond met een gepast getitelde slidegitaarsolo.
Ik was bijzonder aangenaam verrast met dit album. De muziek gaat
terug naar de hoogdagen van Travers’ solocarrière en Appice’s
glorieuze verleden (vooral Cactus meen ik te herkennen). Het is
stevig en er is heel wat variatie, spontaneïteit en een algemene
indruk van PLEZIER. Dit is zeker de beste CD in het genre die ik in
lange tijd gehoord heb. Ik weet niet wat de toekomst voor dit trio
gaat brengen, maar ik kan al wel vertellen dat dit album geen
eenmalige gebeurtenis was: ze gaan ook samen op tournee. Daarna
kunnen we enkel hopen dat ze hun samenwerkingsverband zullen
verderzetten, want Travers & Appice vormen absoluut een winnend
team. |