|
Sad
Harmony is een band uit Zuid Moravië (Tsjechië) die met ‘Tête à Tête’
hun tweede album uitbrengen. Bekendste muzikant is Skuny, een
begenadigd zanger die ook al een prominente rol speelde in Cales’
‘Uncommon Excursion’, hier eerder besproken (…). Ook de teksten
worden geschreven door Skuny (behalve track 6 en 10, ode aan E.A.Poe
en W.Blake). Buiten de basis line-up spelen er nog heel wat
gastmuzikanten mee, een verrijking van instrumentarium en inkleuring
van de in wezen toegankelijke rock nummers die ze zelf wensen te
omschrijven als alternatieve neo-doom rock met gothic en Slavische
invloeden. En zo klinkt het inderdaad.
Het album is ook vocaal erg
verscheiden want buiten Skuny, die zelf al heel wat verschillende
zangstijlen aankan, zijn er nog gastrollen voor ene MR. Karel Kucera
en Hanele, in het dagelijkse leven de zangeres van Silent Stream Of
Godless Elegy. Met drie gitaristen (Skuny, Johny en Shup) bevatten
de nummers heel wat elektrisch vuurwerk, gaande van retro wah wah
solo’s tot laaggestemde alternatieve geluiden. ‘Engine Driver’ is
een vlotte rocksong die steunt op raggende violen en ook nog een
swingend mondharmonica stuk bevat. Toepasselijk wordt ‘Hanele & Smloymele’ een duet tussen Hanele en Skuny. Soms klinken de gitaren
hier oriëntaals. Bij ‘Got To Luke’ moet ik dan weer denken aan Skuny’s
zangstijl op de Cales CD, waardoor ik hem met Dan Swanö’s
Nightingale ging vergelijken. Het is een mid tempo track met
laaggestemde gitaren.
Her en der duiken onverwachte
geluidjes op die de nummers op een heel eigen manier verfraaien. In
‘Two Circles’ lijkt het me een harp die lekker meerockt. En in
‘Dreama’ met zijn strak ritme en gitaarsolo, horen we een mandoline
in het akoestische tussenstuk. Erg mooi is ‘The Evening Star’ op een
tekst van Edgar Allan Poe en romantisch gezongen door Hanele. Van
‘My Lover’ gaat een onbestemde dreiging uit, analoog met de tekst.
Alsof een moordenaar behoedzaam naderbij sluipt en dan toeslaat in
opperste waanzin. Het meest gotische nummer is ‘Love Is A Bitch’
helder gezongen met een zweem van melancholie. Naar het einde toe
zijn er poëtische invloeden van Blake en the Doors, terwijl ook de
bonus track niet te versmaden is. Dit is een folkloristische
etnische track die opnieuw gearrangeerd is door Skuny. Hierbij heeft
het contrast tussen de doorleefde vocalen en harde rockgitaren een
fantastisch effect.
Er zit voldoende afwisseling in
elke nummer, het zijn composities met een kop en staart en er wordt
geput uit heel de rockgeschiedenis. Wel een klein minpuntje voor de
slechte leesbaarheid van de titels. Een sterk tweede album! |