|
Al heel mijn
leven lang ben ik een gitaarfreak geweest. Als dertienjarige knaap
kon ik maar niet genoeg krijgen van de gitaarsolo’s van Ritchie
Blackmore. Alle stijlen en genres boeiden me, zolang er maar
voldoende gitaar in voor kwam. Steeds bleef ik op zoek naar dé
knapste gitaarsolo en zodoende passeerden honderden gitaristen de
revue. Nog steeds vind ik een band zonder goede sologitarist maar
niets en een goed nummer zonder gitaarsolo een gemiste kans.
Maar ik ben door
de jaren wat minder fanatiek geworden. Het mag al eens wat minder
(gitaargeweld) zijn. De jaren zeventig met de freakerige
gitaarsolo’s in de stijl van Jimmy Page (Led Zeppelin) en Leslie
West (Mountain) zijn voorbij. Het ellenlange gesoleer zoals dat van
Yngwie Malmsteen, Steve Vai en Joe Satriani uit de jaren tachtig
behoort niet meer tot deze tijd. Zelfs de bluesrevival van de jaren
negentig, die we terug vonden bij onder andere Gary Moore ligt ook
al weer achter onze rug.
Duizenden solo’s
heb ik aangehoord en de ene gitarist vind ik al beter dan de andere
maar mijn favoriete gitaristen zijn niet steeds de voor de
hand liggende namen die meestal over de tong rollen. Ik heb het meer
voor de gitaristen die al eens durven een noot minder te spelen. Ik
hou van gitaristen met het ‘juiste’ gevoel. Namen? David Lindley (El
Rayo-X), Uli Jon Roth (Scorpions), Peter Green (Fleetwood Mac),
Martin Barre (Jethro Tull), Neal Schon (Journey, Paul Rodgers), Roy
Buchanan (bijna Rolling Stones), Robin Trower (Procol Harum) en
natuurlijk Jimi Hendrix, David Gilmour en Carlos Santana, maar zeker
ook Frank Marino.
Frank Marino zou
zeker geen onbekende mogen zijn. Deze Canadese meester snarenplukker
kende succes in de jaren zeventig met zijn band Mahogany Rush en als
Frank Marino & Mahogany Rush in de jaren tachtig. In Amerika en zijn
thuisland Canada speelde hij in grote stadions (In België is hij bij
mijn weten één keer geweest in Poperinge, Zaal Maeke Blyde op 23
april 1983) tot hij in de beginjaren negentig volledig gedemotiveerd
door de muziekindustrie zijn gitaar aan de wilgen heeft gehangen en
het voor bekeken hield. Dankzij zijn trouwe fans en het Internet
waar Frank toevallig op een website, volledig aan hem gewijd,
stootte, keerde echter het tij. Frank Marino ging terug optreden en
één van deze shows staat hier integraal op deze dubbel-cd. Alles is
onvervalst en echt, niets toegevoegd… real live en dat voel je.

Ik herinner me
nog toen ik een week of twee geleden deze cd in de wagen naar het
werk opzette en nogal onverschillig dacht, zou dit me nog kunnen
boeien? Jongens wat was ik verwonderd. Lang geleden dat ik nog zo
ontroerd was door muziek van vroeger. Wat een sound, wat een
gitaarspel, wat een cd. Vanaf openingstrack “Voodoo Chile” tot
afsluiter “Try For Freedom” weet Frank Marino als geen ander door
zijn vindingrijkheid, enorme techniek, niet voor de hand liggende
melodieën en jazzy akkoorden in bluesy rocksongs de aandacht te
trekken en te houden in muziek die in onze jeugdjaren zeer bekend in
de oren klonk. Zonder twijfel is de versie van “Red House” die je op
dit live album vindt de beste die ik ooit gehoord heb. Je moet al
van goeden huize komen wil je Hendrix doen vergeten. Wel, de
subtiel jazzy versie die Marino hier presenteert doet je hart
bloeden… Leuk is ook zijn medley van “Crossroads” (Cream) met “She’s
Not There” (Zombies, doch hier in de Santana versie). Van zijn eigen
materiaal vallen vooral “Stories Of A Hero” en “Strange Universe”
het meeste op.
Door dit
album ben ik echter ook een stukje wijzer geworden over mezelf. Ook
al ben je jaren in hoofdzaak met andere muziek bezig, toch vergeet
je je roots nooit. Het bloed kruipt waar het niet kan. Je ware
gepassioneerde ik, hoewel naar de achtergrond verdrongen besluipt je
en op een onverwacht moment, als je het totaal niet voelt aankomen,
komt het te voorschijn en bespringt het je: ‘Ik ben en blijf een
gitaarfreak voor eeuwig en altijd!’ Bedankt Frank Marino om me
er aan te herinneren
J. |