|
Misschien zegt de naam Abydos je niet veel, maar als je weet dat dit
het nieuwste soloproject is van Andy Kuntz, lead-zanger van de
Duitse progmetal-formatie Vanden Plas, dan mag je toch wel enige
verwachtingen koesteren. Een beenharde plaat is het echter niet
geworden, alhoewel het bij momenten vrij stevig is, ben ik eerder
geneigd om dit echte progressieve rock te noemen. En laat ik maar
onmiddellijk het goede nieuws brengen, dit is pure klasse. Het lijkt
alsof Kuntz reeds jaren met heel wat interessante ideëen zat, maar
bij Vanden Plas zijn ei niet kwijt kon. Pas op, ik ben een echte fan
van Vanden Plas, maar wat hun leadzanger hier op een schijfje heeft
gezet, is zo mogelijk nog beter en vooral gevarieerder.
Wat velen misschien niet weten is dat Andy Kuntz reeds jaren een
actieve rol speelt in musicals en rock-opera’s zoals “Jesus Christ
Superstar’, “Rocky Horror Show”, “Evita” en “Nostradamus”. En die
invloeden hebben blijkbaar doorgewerkt in zijn nieuwe project, het
klinkt allemaal wat melodieuzer.
De naam Abydos werd om een heel speciale reden gekozen, de term
verwijst naar een Egyptische grafsite in de Vallei der Koningen,
waar Osiris, god van de eeuwige reïncarnatie, werd aanbeden.
Enerzijds werd Abydos beschouwd als de oorsprong van ‘het theater’,
maar de keuze van de projectnaam werd ook ingegeven door het verlies
van enkele dierbaren van Andy in 2003. Het album is dan ook bij
momenten duister en melancholisch, maar dat mag de pret niet
drukken. Eigenlijk wordt hier naar analogie met bepaalde rock-opera’s
een (autobiografisch?) verhaal verteld, geïnspireerd door de
progressieve rock van de jaren 70, maar gelardeerd met een
progmetal-sausje . Kuntz heeft hiervoor een beroep gedaan op 2
schitterende muzikanten Stephan Glass and Michael Krauss, alsook op
zijn drummer-maatje bij Vanden Plas. En deze laatste trekt al
onmiddellijk op het intro-nummer alle registers open in een stevig
instrumentaal stuk. Het vervolg ‘You broke the sun’ is dan ook nog
bevreemdend rustig met een Pink Floyd-intro, maar na een tweetal
minuten wordt het tempo opgetrokken en krijgen we een echt
progressieve, symfonische, ja zelfs bombastische passage in een
stijl die soms aan Dream Theater in zijn betere dagen doet denken.
Niet toevallig lijkt de stem ook wat op die van de beste Labrie en
de achtergrondkoren hebben iets musicals-achtig.
‘Silence’ start als progressive metal in Vanden Plas-stijl, maar
blijkt uiteindelijk een zeer melodieus en catchy refrein te hebben.
Hoogst interessant is de elektronische passage à la Jean-Michel
Jarre net na een stevig gitaar-keyboards-duel en onmiddellijk daarna
weer gevolgd door een spetterende gitaarsolo.
De mooie
ballad ‘Far away from heaven’ refereert aan AOR-groepen van de jaren
70, maar verderop in het nummer wordt het weer schitterend
symfonisch, de echte progfan zal hier wel degelijk pap van lusten,
we zijn dan ook ver verwijderd van het harde progmetal-werk.
Coppermoon is
de perfecte kruising tussen Vanden Plas, Pain of Salvation en Dream
Theater, referenties die nog wel meermaals terug te vinden zijn. En
door het symfonisch karakter en de afwisseling tussen gitaar- en
keyboardssolo’s zullen zeker ook fans van Ayreon dit schijfje weten
te waarderen. Ook Hyperion Sunset gaat verder op ditzelfde stramien.
God’s
Driftwood begint nogal dreigend en onheilspellend en staat naar
goede seventies-gewoonte bol van tempowisselingen, zo’n typische Led
Zeppelin-riff met bijhorende orkestrale arrangementen en een
gitaarsolo die mij doet denken aan Uriah Heep. Muggenzifters zullen
misschien opwerpen dat deze cd heel wat clichés bevat, maar als het
op een professionele manier wordt gebracht, dan kan men hier toch
niks op tegen hebben. En in die zin zou ik het zelfs vergelijken met
The Human Equation van Ayreon.
Ook Radio
Earth bevat heel wat invloeden, gaande van de elektronische muziek
van de jaren 80, The Who, Queen en ga zo maar door, prachtig en
elkaar geweven tot een muzikaal hoogstandje, niet te vergeten de
prachtige fragmenten op akoestische gitaar. Eigenlijk ligt de
originaliteit precies in de sterkte van de composities.
De titeltrack
Abydos klinkt bijzonder duister en melancholisch, maar is opnieuw
prachtig door de orkestrale arrangementen in combinatie met de
stevige proggy intermezzo’s en de schitterende vocale partijen.
Adembenemend mooi, ook hier komt de musical-ervaring van Andy naar
boven. En luister maar eens naar de outro, dit zou zo uit een
klassiek werk kunnen geplukt zijn.
Na een kort
stukje met computerstem en keyboards komt Wildflowersky, melodieuze
progmetal à la Vanden Plas met opnieuw enkele muzikale en vocale
hoogstandjes. En net toen ik allang had uitgemaakt dat dit een topcd
is, moest eigenlijk het beste nummer nog komen. Een mooie klassieke
introductie (ik denk hier aan een bepaalde componist, maar de naam
ontsnapt me) laat ‘A boy named Fly’ beginnen als een ballad, maar de
zware gitaren nemen dan het roer over. Verbazend genoeg doet vooral
de stem me hier wat denken aan Ken’s Novel, maar dat is dan ook het
enige vergelijkingspunt. In dit laatste nummer is weer alles te
vinden, wat deze cd zo speciaal maakt: orkestraal geweld, prachtige
lead-stem en samenzang, achtergrondkoren, akoestische gitaar,
wervelende solo’s.
Kortom, dit is
niet zomaar een nevenproject van een gefrustreerde muzikant, het
gaat hier om een echt meesterwerk van een man, die blijkbaar al zijn
ervaring in de weegschaal heeft gelegd om iets unieks te maken. Het
wordt dit jaar een moeilijke keuze voor cd van het jaar 2004, dit is
op hetzelfde hoge niveau van Karmakanic en Ayreon. Het is
waarcshijnlijk al duidelijk geworden, deze cd MOET je in huis halen!

First solo project by Vanden Plas vocalist Andy Kuntz |