|
De
hoogdagen van Pat Travers liggen al een hele tijd achter hem. Vooral
“Makin’ Magic”, “Putting It Straight” (beide 1977) en het live-album
“Go For What You Know” (1978) hebben de tand des tijds zeer goed
doorstaan. Heavy blues rock en boogie, zo zou je zijn muziek uit die
dagen het best kunnen omschrijven. Travers heeft sindsdien nooit
bepaald stilgezeten; zowat jaarlijks verschijnt er nog wel een nieuw
album. Maar die van de laatste 20 jaar zijn voor mij onopgemerkt
voorbij gegaan en wat ik ervan gehoord heb, inspireert me niet
bepaald om ze verder te gaan ontdekken. Wel kwam ik hem vaak tegen
op tribute-albums van (platenbaas/producer) Mike Varney’s Shrapnel
of Blues Bureau International labels.
En
onder ‘tribute’ kan je deze nieuwe “P.T. Power Trio” ook
rangschikken; de plaat verschijnt dan ook niet toevalling op Varney’s
label. Bijgestaan door de krachtige ritmesectie van Gunter Nezhoda (bass)
en de legendarische drummer Aynsley Dunbar (Journey, David Bowie,
Frank Zappa, Whitesnake, UFO,…) covert Travers hier een aantal
nummers van groepen die zich aan het eind van de jaren ’60 en de
jaren ’70 begaven op het pad van de heavy blues rock. Zo passeren
o.a. Cream, Free en ZZ Top de revue en daar kun je toch niet bepaald
iets verkeerds mee doen. Of toch?
Te
vaak beperkt het trio zich namelijk tot het bijna noot voor noot
naspelen van de originele versies, en de zin daarvan ontgaat mij
toch wel een beetje. De rauwe stem van Travers is perfect voor dit
werk en zijn gitaarspel is om duimen en vingers van af te likken.
Maar toch ontbreekt de persoonlijke touch om hier van een volwaardig
“Pat Travers”-album te spreken: de geesten van Jimi Hendrix, Led
Zeppelin, Lynyrd Skynyrd en bovenvernoemde bands zijn
alomtegenwoordig en de zanger/gitarist zelf verdrinkt er een beetje
in. “Young Man Blues”, “Inside Looking Out” en Dylans “Highway 61
Revisited” klinken wel totaal anders dan de originelen, maar bij
nader onderzoek zijn ze dan weer eerder gebaseerd op de versies van
resp. The Who, Grand Funk Railroad en Johnny Winter. Neen,
inspiratie moet je op deze plaat echt niet zoeken.
“Power Trio” is een adequate omschrijving van wat je hier
voorgeschoteld krijgt: het gaat er behoorlijk stevig aan toe. Maar
de meeste bands die Travers hier covert, toonden naast dat beukwerk
toch ook heel wat subtiliteit, en dat ontbreekt op deze plaat toch
wel. Dit is trouwens een euvel dat wel op meer producten van de
Varney-stal van toepassing is.
“P.T. Power Trio” klinkt wel behoorlijk goed en ik moet zeggen dat
ik er graag eens naar mag luisteren. Fans van het genre zullen er
zich dan ook geen buil aan vallen. Maar behalve de die-hard
Travers-fans zie ik niet echt een publiek dat ook werkelijk op een
dergelijk product zit te wachten, en ook voor hen lijkt mij dit niet
meer dan een aardig tussendoortje. Alle anderen zetten toch gewoon
de originele versies op? |