|
Het duurde even eer ik in ‘For Giving – For Getting’
een Rage of Achilles release herkende want het toegestuurde
materiaal leek me in eerste instantie een cd’tje in eigen beheer.
Niets is minder waar! Het gaat hier om een album van het Finse
Elenium dat in november 2003 werd uitgebracht door bovenvermeld
label (diegenen die ook het mooie ‘Of Empires Forlorn’ van While
Heaven Wept op de markt gooiden, waarvoor hulde). In 2004 wordt het
album door The End Records ook in de USA uitgebracht.
Het zwart-wit artwork wordt ruimschoots goedgemaakt
door de bijgeleverde info in de vorm van een biografie, de teksten
en, het allerbelangrijkste: de muziek die zwaar de moeite is.
Sympathieke band dus, die in 1995 werd opgericht in Vantaa, Finland,
met als inspiratie de melodieuze death metal van Amorphis ten tijde
van ‘Tales From The Thousand Lakes’. Twee demo’s werden opgenomen
maar pas in 2002 kwam er vaart in de ontwikkeling als een derde demo
‘Them Used Gods’ verkoopt als zoete broodjes en ze opgemerkt worden
door Rage of Achilles.
Dit debuutalbum klinkt echter al heel volwassen en
uitgekiend. Het is ook niet de meest toegankelijke muziek om te
behappen want elk nummer kent een grote variatie. Zo barst ‘Up The
Long Ladder’ los met stevige riffs maar de zwaar aangezette
toetsenpartijen verraden reeds een zekere progressieve inslag. Wat
meteen opvalt is dat het technische vingervlugge gitaarwerk ook
eerder prog gericht te noemen valt, al moet de luisteraar ook tegen
een potje stevige death/thrash energie kunnen. Jukka heeft een
aangename, verstaanbare grunt maar er zijn ook erg veel stukjes waar
ie ‘gewoon’ zingt. In het vette ‘Eye for a Lie’ is het ook weer de
grote inbreng van de toetsen die opvalt. Dit zijn de twee hardste
nummers van de cd want in ‘Impostor’ krijgt de heldere zang meer
ruimte en worden de prog getinte gitaarpartijen afgewisseld met
hardere stukken met grunt en een refrein dat al vlug blijft hangen.
Dit klinkt echt boeiend. Het is het soort ingewikkelde muziek die me
een beetje aan Alchemist doet denken en daar lust ik wel pap van.
Omdat er geen meligheid te bespeuren is maar alles inventief omringd
wordt door energieke uitbarstingen.
Nummers als
‘Nameless/Faceless’ en ‘Moments’ herbergen een combinatie van
melancholieke stukken en erupties van pure energie en het is nog
inventief gedaan ook, want boven dit alles zijn de sterke melodieën
nooit uit het oog verloren. Neem nu de jazzy pianoloopjes in ‘Subcreator’,
het flitsende gitaarintro van ‘To aim and miss’ of het klassieke
outro van het album, telkens zorgt de band voor verrassingen die je
doen besluiten dat dit geen gewoon bandje is maar erg knap gedaan.
Daar er veel ruimte is voor kalme interludia en ze er ook lekker
kunnen invliegen vind ik dit Elenium een band om te onthouden. De
groep is al bezig met het schrijven van nieuwe nummers om op het
einde van 2004 de studio in te gaan teneinde een opvolger in te
blikken voor dit wervelend debuut. |