|
Mark Boals bracht in 2000
zijn tweede solo-album Ring of Fire uit. Hij deed daarvoor beroep op een
keur aan muzikanten, nl. Tony Macalpine, Virgil Donati (Planet X) en
Vitalij Kuprij (Artension), hetgeen resulteerde in melodische
metal-songs met uitstekende muzikale en vocale prestaties. Na de opnames
van ‘War to end all wars’ van Yngwie Malmsteen zou Boals de draad weer
opnemen en zo was de groep Ring of Fire geboren. Het debuutalbum ‘The
Oracle’ werd opgenomen met George Bellas op gitaar en Philip Bynoe (Steve
Vai) op bas, Macalpine was op dat moment niet beschikbaar. Voor het
tweede album ‘Dreamtower’ was Tony echter wel klaar, terwijl Kuprij wel
op het laatste album meespeelt maar intussen de groep reeds verlaten
heeft.
In ieder geval heeft Mark
Boals en de zijnen met Dreamtower een degelijk album neergezet, maar met
deze groep muzikanten kan dit ook niet anders. Binnen het genre is de
concurrentie natuurlijk heel groot (Symphony X, Kamelot, Stratovarius en
vele anderen), waardoor het ook moeilijk wordt om van een meesterwerk te
spreken.
Het album start
veelbelovend met het zeer catchy ‘My Deja vu’, een AOR-nummer met veel
harmonische samenzang maar ook heel sterke instrumentale passages,
kortom tegelijk melodieus en heavy. Wel vind ik de gitaar soms wat ‘te’
distorted klinken. En de AOR-fans zijn gewaarschuwd, luister naar het
ganse album want je zou wel eens voor verrassingen komen te staan.
Maar met dergelijke
muzikanten kan je echter verwachten dat de nadruk niet enkel op het
melodieuze ligt. Vooral Tony Mcalpine laat meermaals horen dat hij niet
moet onderdoen voor de andere gitaarvirtuozen van zijn generatie.
Verwacht echter geen zoveelste Malmsteen-kloon, daarvoor hebben deze
heren een te eigen stijl.
Het tweede nummer
‘DreamTower’ ligt dan ook veel meer in het verlengde van Symphony X,
niet in het minst vanwege de symfonische passages en de uitstekende
zangpartijen. En wat een ritmesectie, schitterend hoe Donati en Bynoe er
op los hameren. En Vitalij bewijst dat men toch op afstand zijn bijdrage
kan leveren.
Een zware gitaarriff aan
het begin van The Pharaoh’s Curse vormt de inleiding tot het volgende
power-metal nummer met toch altijd die hang naar melodie,
niettegenstaande de instrumentale hoogstandjes.
‘Refuge of the Free’
begint waar het vorige nummer eindigde, nl. stevige powermetal met
Donati indrukwekkend op de double bass drums en terug een hoofdrol voor
alle muzikanten: een nummer dat heel dicht aanleunt bij Symphony X met
opnieuw schitterend solowerk van Macalpine, die hier Yngwie naar de
kroon steekt.
Eigenlijk zijn er maar
twee ballads op het ganse album te horen, nl. het mooie Blue Sky en Make
Believe met een serieuze knipoog naar Toto en Foreigner. Rustige nummers
maar opgefleurd met mooie melodieuze gitaarsolo’s, waardoor de kwaliteit
ook hier gegarandeerd blijft. Een portie AOR maar met stevige
instrumentale ondersteuning. Ook Laputa heeft een hoog AOR-gehalte.
Een schitterende en
rustige introductie op klassieke piano in ‘Until the end of time’ vormt
de basis voor een speed-metal nummer à la Rhapsody met Mark Boals terug
in prima vorm en wervelende solo’s van Tony en Vitalij.
System Utopia is een stevig rockend nummer met aan de basis enig Deep
Purple-gehalte, maar verder in het nummer meer neigend naar progressive
metal (Dream Theater). ‘Ghost of America’ start weer als een AOR-nummer,
maar zoals zo vaak op dit album mondt dit uit in muzikale hoogstandjes.
Invisible Man start met
een wervelende double bass driven (of is het triple bass :-) ) drums en
dreigende riffs, hoewel het refrein dan weer heel melodieus klinkt.
Opnieuw prachtige solo’s op keyboard en gitaar.
Murder by Numbers begint
als een rustig mid-tempo track, maar gaat dan opnieuw over in
progressive metal à la Dream Theater met duels tussen gitaar en
keyboards.
Undone is de bonustrack op
de Europese versie, een power-metal nummer in de stijl van Rhapsody met
steeds heel melodieuze zang en wervelende gitaar- en keyboard-solo’s :
eigenlijk een beetje de rode draad doorheen het ganse album.
Dit is dus zeker wel een
interessant album in het genre en voor de fans een must. Alleen vraag ik
me af of Dreamtower niet tussen twee stoelen zal geraken, voor AOR-fans
wat te stevig, voor de pure metalfreaks misschien te melodieus. De
progmetal-fan kan dit album echter met de ogen dicht aanschaffen.
|